Strafrecht overig
Medeplegen van schuldwitwassen. Bevestiging vonnis: oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uren…
Gerechtshof Amsterdam, 2 maart 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:740 · Gerechtshof Amsterdam · 2 maart 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2022-740
Zaakgegevens
Op 2 maart 2022 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 maart 2022
- Datum publicatie
- 11 maart 2022
- Zaaknummer
- 23-002146-20
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2022:740
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen van schuldwitwassen. Bevestiging vonnis: oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002146-20
datum uitspraak: 2 maart 2022
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 september 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-733004-19 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
adres: [adres 1].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 februari 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen 2 en 6 vervangt door de hierna te noemen bewijsmiddelen en het hof de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen aanvult met het hierna te noemen bewijsmiddel 7.
Bewijsmiddelen
2. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-12 van 26 augustus 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (doorgenummerde pagina’s
41-46).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 26 augustus 2017 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van verdachte [medeverdachte 1]:
Het geld zat in een toilettas en die tas is niet van mij. De toilettas is van een van mijn vrienden. Zijn naam is [naam]. Zijn achternaam is [naam] of [naam].
6. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-37 van 17 december 2019, in de wettelijke
vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s
146-148).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op
17 december 2019 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van getuige [verdachte] in de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 2]:
[medeverdachte 2] heeft de leenovereenkomst opgemaakt. Ik heb de leenovereenkomst aan [naam] gegeven. De overdracht van de leenovereenkomst aan [naam] vond plaats op de [adres 2], in een kantoor. Dit is het kantoor van [BV] BV. [naam] zei dat wij € 1.000,00 zouden krijgen. [medeverdachte 2] en ik zouden ieder € 500,00 krijgen, maar wij hebben niets gekregen.
7. Een proces-verbaal met nummer PL1300-2017181244-35 van 29 november 2018, in de wettelijke
vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s
1-6).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:
Op 28 september 2017 leverde [naam] een leenovereenkomst aan waaruit bleek dat de
lening was afgesloten tussen [naam] en een bedrijf genaamd [BV] BV, de lening een
looptijd van een half jaar had, de rente € 5.000,00 was en [verdachte] (het hof begrijpt:
) garant stond voor [naam].
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. W.F. Groos en mr. H.A.G. Nijman, in tegenwoordigheid van
mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 maart 2022.
=========================================================================
[…]