Strafrecht overig
Vrijspraak openlijke geweldpleging en mishandeling. Herkenning van verdachte onvoldoende.
Gerechtshof Amsterdam, 2 februari 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:779 · Gerechtshof Amsterdam · 2 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2023-779
Zaakgegevens
Op 2 februari 2023 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2023
- Datum publicatie
- 30 maart 2023
- Zaaknummer
- 23-004439-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2023:779
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak openlijke geweldpleging en mishandeling. Herkenning van verdachte onvoldoende.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004439-19
datum uitspraak: 2 februari 2023
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 30 oktober 2019 in de strafzaak onder parketnummer
13-244815-18 tegen:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2000,
adres: [adres01] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 januari 2023.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte
en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
primair
hij, op of omstreeks 4 september 2018 te Amsterdam, openlijk, te weten, op of aan de
[adres], in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een goed te weten [benadeelde partij01] door die [benadeelde partij01] in zijn gezicht te slaan/stompen en/of tegen zijn lichaam te trappen/schoppen terwijl die [benadeelde partij01] op de grond lag;
subsidiair
hij, op of omstreeks 4 september 2018 te Amsterdam, [benadeelde partij01] heeft mishandeld door die [benadeelde partij01] in zijn gezicht te slaan/stompen en/of tegen zijn lichaam te schoppen/trappen terwijl die [benadeelde partij01] op de grond lag.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
De identificatie van de verdachte zou deels berusten op de herkenning van de verdachte een week na het gebeuren door de getuige [getuige01] aan de hand van een foto opgenomen in een jaarverslag. Het hof acht deze herkenning onvoldoende om met de vereiste mate van zekerheid te kunnen vaststellen dat de verdachte degene is geweest die op 4 september 2018 het geweld tegen de aangever heeft gepleegd.
Met betrekking tot de herkenning door de aangever wordt overwogen dat het hof het opmerkelijk acht dat de aangever degene die het geweld tegen hem heeft gepleegd, niet direct heeft herkend als zijn buurjongen. Dit - alsmede de omstandigheid dat de verklaringen van de aangever verre van consistent zijn - leidt ertoe dat het hof de verdachte van het tenlastegelegde zal vrijspreken.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder primair en subsidiair tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij01]
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij01] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. S. Clement en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van
mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
2 februari 2023.
Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]