Strafrecht overig

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep

Gerechtshof Amsterdam, 24 mei 2024

Zaakgegevens

Op 24 mei 2024 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
24 mei 2024
Datum publicatie
13 juni 2024
Zaaknummer
23-000190-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:1628
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000190-24

datum uitspraak: 24 mei 2024

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 januari 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 13-007511-24 en 13-241279-23, 15-115808-17 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,

thans gedetineerd in [detentieadres].

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 24 mei 2024.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkend tot

niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De zaak is in hoger beroep pro forma, dus zonder inhoudelijk te zijn behandeld, aan de orde geweest op de terechtzitting van 19 maart 2024.

De raadsvrouw heeft bij e-mail van 21 mei 2024 te kennen gegeven dat de verdachte het door hem ingestelde hoger beroep wil intrekken. Intrekking van het hoger beroep is evenwel niet mogelijk, indien het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere terechtzitting is aangevangen.

Het hof leidt uit de mededeling van de raadsvrouw echter af dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven. Nu het hof ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep, analoog aan het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M. Koek, in tegenwoordigheid van

mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

24 mei 2024.

De oudste raadsheer en de jongste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.