Strafrecht overig

Officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep (416 lid 3)

Gerechtshof Amsterdam, 16 januari 2025

Zaakgegevens

Op 16 januari 2025 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 januari 2025
Datum publicatie
31 januari 2025
Zaaknummer
23-001477-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:250
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep (416 lid 3)

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001477-24

datum uitspraak: 16 januari 2025

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 18 juni 2024 in de strafzaak onder parketnummer

15-178599-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1977,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

16 januari 2025.

Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van het standpunt van de raadsvrouw.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie in het hoger beroep

De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis waarvan beroep. Blijkens de appelschriftuur was het hoger beroep gericht tegen de bewezenverklaring en de opgelegde straf.

Op de terechtzitting in hoger beroep van 16 januari 2025 heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie geen rechtens te respecteren belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep en dat de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Gelet op het voorgaande en gehoord de verdediging, is het hof van oordeel dat, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met de voortgezette behandeling van de zaak, de officier van justitie op grond van het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. D.A.C. Koster en mr. V.J.M. Goldschmeding, in tegenwoordigheid van mr. S. Bonset, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

16 januari 2025.

mr. D.A.C. Koster en mr. V.J.M. Goldschmeding zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.