Strafrecht overig

Feit 1: overtreding van art. 9 tweede lid WVW 1994 en feit 2: overtreding van art. 8 vijfde lid WVW 1994. Ter…

Gerechtshof Amsterdam, 20 april 2026

Zaakgegevens

Op 20 april 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 april 2026
Datum publicatie
4 mei 2026
Zaaknummer
23-002077-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1229
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Feit 1: overtreding van art. 9 tweede lid WVW 1994 en feit 2: overtreding van art. 8 vijfde lid WVW 1994. Ter zake van feit 1 en feit 2 is verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 5 weken met een proeftijd van 2 jaar. Ter zake van feit 2 wordt aan de verdachte een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer eerste aanleg : 96-059872-24

parketnummer hoger beroep : 23-002077-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 20 april 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 juli 2024 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte]

voornamen: [verdachte]

geboren: op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats]

adres: [adres]

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Gepleegd
feit 1 en 2:
op 17 augustus 2023 te Dirkshorn, gemeente Schagen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken voor 1 en 2.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Ontzegt de verdachte ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Gewezen door mr. A.E. Kleene-Krom, in bijzijn van J.W.B. Mullink, griffier.

mr. A.E. Kleene-Krom

De verdachte en de advocaat-generaal hebben ter terechtzitting afstand gedaan van het recht beroep in cassatie in te stellen.