Strafrecht overig
Vernietiging van het vonnis. Eenvoudige belediging van een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2192 · Gerechtshof Amsterdam · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2192
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 10 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-001037-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2192
Samenvatting
Vernietiging van het vonnis. Eenvoudige belediging van een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Geldboete ter hoogte van € 200,00, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001037-24
datum uitspraak: 16 juli 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 22 april 2024 in de strafzaak onder parketnummer 15-146061-23 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 juli 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 15 juni 2023 te Haarlem opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] (hoofdagent van Politie Noord-Holland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: Mietje, je bent een fucking mietje, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsoverweging
De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte heeft bekend dat hij de beledigende woorden heeft geuit. Het feit dat de verdachte heeft verklaard dat hij op het politiebureau niet juist is behandeld en het feit dat de verdachte naar buiten is geduwd, staat een bewezenverklaring volgens de advocaat-generaal niet in de weg.
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat de verdachte de woorden tegen de agent heeft geuit als zelfverdediging in reactie op het fysieke geweld dat door de agent tegen de verdachte is gebruikt. Daarnaast heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de agent wellicht niet handelde in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof stelt op basis van het dossier en dat wat op zitting in hoger beroep naar voren is gebracht het volgende vast. Op 15 juni 2023 bevond de verdachte zich op het politiebureau te Haarlem om zijn ongenoegen te uiten over het handelen van de politie bij een verkeersongeval van zijn toenmalige vriendin. De aangever, verbalisant [verbalisant] , is in de hal van het bureau met de verdachte in gesprek gegaan, nadat de verdachte daar al gedurende enige tijd aan de balie zijn beklag had gedaan. Het gesprek met [verbalisant] escaleerde, waarna de aangever de verdachte minimaal twee keer heeft gevorderd het bureau te verlaten. De verdachte heeft daar niet direct aan voldaan. Op de camerabeelden – die zijn bekeken ter terechtzitting in hoger beroep – is te zien dat de aangever de verdachte met een forse duw naar buiten leidt. Op dat moment heeft de verdachte de beledigende woorden tegen de aangever geuit.
Ondanks de stevige duw, waarmee de aangever de verdachte naar buiten heeft geleid, is het hof van oordeel dat het handelen van de aangever niet als onrechtmatig kan worden beschouwd; de agent handelde naar het oordeel van het hof in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Voorts merkt het hof de hierboven bedoelde uiting, binnen deze context, aan als een belediging, waardoor de aangever – in bijzijn van zijn collega’s – in zijn eer en goede naam is aangetast, hetgeen hij in zijn aangifte ook heeft verklaard.
Het hof is tot slot van oordeel dat de gebezigde woorden door de verdachte beledigend zijn bedoeld. Hoewel het hof ziet dat de verdachte door fors te duwen het bureau uit is geleid, leidt dat ook niet tot het oordeel dat de verdachte geen verwijt kan worden gemaakt, en ziet het hof dus, voor zover door de raadsvrouw zo is bedoeld, ook geen grond voor afwezigheid van alle schuld.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 15 juni 2023 te Haarlem opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant] (hoofdagent van Politie Noord-Holland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: Mietje, je bent een fucking mietje, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,00, te vervangen door vijf dagen hechtenis.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsvrouw van de verdachte heeft – behoudens de bepleite vrijspraak – verzocht de verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf. Zij heeft hiertoe – kort gezegd – aangevoerd dat het gaat om een oud feit en geen sprake is van recidive. Daarnaast heeft zij het hof verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte: hij is alleenstaand en heeft een zwaar jaar achter de rug, daarnaast kan hij met zijn werk als taxichauffeur moeilijk rondkomen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het beledigen van een ambtenaar in functie. Door het handelen van de verdachte heeft hij de politieambtenaar, die zijn werk deed, in zijn eer en goede naam aangetast en zijn gezag als ambtsdrager ondermijnd. Het hof neemt de verdachte dit kwalijk.
Het hof heeft bij het bepalen van (de hoogte van) de straf ook acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Gelet hierop acht het hof de door de politierechter opgelegde straf in beginsel passend en neemt het hof een onvoorwaardelijke geldboete ter hoogte van
€ 250,00 als uitgangspunt.
Het hof houdt anderzijds rekening met de omstandigheden waaronder de verdachte de beledigende woorden heeft geuit: de verdachte voelde zich angstig en onmachtig door het aangrijpende voorval met zijn toenmalige vriendin, voelde zich niet goed begrepen op het bureau en werd vervolgens met kracht het bureau uit geleid. Hoewel dit alles niet het beledigen van een agent rechtvaardigt, ziet het hof in deze omstandigheden wel reden om de straf zoals die door de politierechter is opgelegd, enigszins te matigen.
Ook stelt het hof vast dat in hoger beroep de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is overschreden met iets meer dan twee maanden. Hoewel het hof het laat bij deze enkele constatering, ziet het hof in het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde wel aanleiding om de geldboete in voorwaardelijke vorm op te leggen. Reden om een strafoplegging geheel achterwege te laten ziet het hof dus niet.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 (twee) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking van 23 juni 2023 onder CJIB-nummer [CJIB-nummer] .
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. A.W.T. Klappe en mr. I.M.A. Hinfelaar, in tegenwoordigheid van
mr. S.B. Zoet, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 juli 2026.
mr. I.M.A. Hinfelaar is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.