Strafrecht overig

Verwerping noodweerverweer en voorwaardelijk verzoek. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en…

Gerechtshof Amsterdam, 15 mei 2026

Zaakgegevens

Op 15 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 mei 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
23-002377-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2232
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verwerping noodweerverweer en voorwaardelijk verzoek. Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-002377-25

datum uitspraak: 15 mei 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingslocatie Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 17 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 16-002274-25 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1994,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 week met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis met aftrek.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweren en verzoeken hieronder zal bespreken.

Noodweer

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu hem een beroep op noodweer toekomt.

Oordeel van het hof

Van noodweer is sprake indien het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.

De verdachte heeft verklaard dat het slachtoffer hem heeft geslagen tijdens het autorijden en dat hij zich daartegen diende te verdedigen. Deze verklaring van de verdachte vindt echter geen steun in de overige stukken van het dossier. Het is voor het hof niet aannemelijk geworden dat er sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de verdachte door het slachtoffer, waartegen de verdachte genoodzaakt was zich te verdedigen. Het hof verwerpt het verweer.

Voorwaardelijk verzoek.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om de minderjarige kinderen van de verdachte te horen als getuige, indien het hof niet tot een vrijspraak komt en de verklaring van de kinderen zoals opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen (pagina 15 en 16) tot het bewijs bezigt.

Op het voorwaardelijk verzoek van de raadsman hoeft niet te worden beslist, nu het hof dit proces-verbaal van bevindingen niet voor het bewijs gebruikt.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingslocatie Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera en mr. P.E. de Wildt griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 mei 2026.

mr. A.R.O. Mooy, mr. A.M.A. Keulen en mr. P.E. de Wildt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.