Strafrecht overig

Vrijspraak mishandeling. Het hof stelt op grond van de inhoud van de stukken van het dossier en het…

Gerechtshof Amsterdam, 15 mei 2026

Zaakgegevens

Op 15 mei 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
15 mei 2026
Datum publicatie
13 augustus 2026
Zaaknummer
23-000899-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2238
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak mishandeling. Het hof stelt op grond van de inhoud van de stukken van het dossier en het verhandelde ter zitting vast dat tussen de verdachte en de aangeefster een conflict is ontstaan. Ook staat vast dat er daarbij door de verdachte aan het keycord dat de aangeefster om de hals had is getrokken en dat de verdachte de aangeefster heeft geduwd. Volgens de aangeefster is zij echter ook door de verdachte mishandeld, in de zin van (kort gezegd) meerdere malen trappen, slaan en op de grond gooien. Naast de aangifte, bevat het dossier een verklaring van een forensisch arts, waaruit blijkt dat van het bij aangeefster geconstateerde letsel (blauwe plekken) deels de toedracht onbekend is en deels mogelijk te verklaren is door de gemelde toedracht. Gelet op de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft gedaan en zal hem daarom vrijspreken. Daarin heeft het hof meegewogen het feit dat verdachte aan het keycord van aangeefster heeft getrokken, maar plaatst dit handelen in zijn poging om de woning te verlaten terwijl de aangeefster de voordeur op slot had gedaan met de sleutel aan dit keycord.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000899-25

datum uitspraak: 15 mei 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 maart 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-195206-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,

adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 15 juni 2024 te Amsterdam, althans in Nederland, zijn levensgezel, [slachtoffer] , heeft mishandeld door die [slachtoffer] ;

  • een of meerdere malen te duwen en/of te trekken en/of

  • een of meerdere malen tegen de benen en/of de knieën, in elk geval tegen het lichaam, te schoppen en/of

  • aan het keycord te trekken, terwijl dat keycord om de nek van die voornoemde [slachtoffer] zat;

  • een of meerdere malen tegen het lichaam te slaan en/of stompen en/of

  • een of meerdere malen tegen de grond te gooien waardoor die [slachtoffer] met het hoofd op de vensterbank terechtkwam;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vrijspraak

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard behalve ten aanzien van het onderdeel “levensgezel” en heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof stelt op grond van de inhoud van de stukken van het dossier en het verhandelde ter zitting vast dat tussen de verdachte en de aangeefster een conflict is ontstaan. Ook staat vast dat er daarbij door de verdachte aan het keycord dat de aangeefster om de hals had is getrokken en dat de verdachte de aangeefster heeft geduwd.

Volgens de aangeefster is zij echter ook door de verdachte mishandeld, in de zin van (kort gezegd) meerdere malen trappen, slaan en op de grond gooien. Naast de aangifte, bevat het dossier een verklaring van een forensisch arts, waaruit blijkt dat van het bij aangeefster geconstateerde letsel (blauwe plekken) deels de toedracht onbekend is en deels mogelijk te verklaren is door de gemelde toedracht.

Gelet op de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting in hoger beroep heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft gedaan en zal hem daarom vrijspreken. Daarin heeft het hof meegewogen het feit dat verdachte aan het keycord van aangeefster heeft getrokken, maar plaatst dit handelen in zijn poging om de woning te verlaten terwijl de aangeefster de voordeur op slot had gedaan met de sleutel aan dit keycord.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 600,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

De verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.R.O. Mooy, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. A.M.A. Keulen, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera en mr. P.E. de Wildt griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 mei 2026.

mr. A.R.O. Mooy, mr. A.M.A. Keulen en mr. P.E. de Wildt zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.