Strafrecht overig
Dagvaarding in hoger beroep nietig.
ECLI:NL:GHAMS:2026:2308 · Gerechtshof Amsterdam · 17 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2308
Zaakgegevens
Op 17 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 maart 2026
- Datum publicatie
- 20 augustus 2026
- Zaaknummer
- 23-000131-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2308
Samenvatting
Dagvaarding in hoger beroep nietig.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 6 december 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:9087Gerechtshof Amsterdam · 17 maart 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2308
Overig
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000131-25
datum uitspraak: 17 maart 2026
NIET VERSCHENEN
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen – na terugwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 21 januari 2025 – op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 december 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-650422-18 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1994,
adres: [adres] ).
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en, na terugwijzing door de Hoge Raad, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2026.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
Het hof stelt vast dat de verdachte niet ter terechtzitting is verschenen, dat de verdachte niet is gedetineerd in Nederland en dat hij in Nederland niet in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven. In de akte instellen beroep in cassatie is een adres in Marokko opgegeven, namelijk ‘ [adres] ’. Uit de betekeningsstukken blijkt niet dat de verdachte voor de zitting van 17 maart 2026 is gedagvaard op voornoemd adres in Marokko. Dit betekent dat de dagvaarding om in hoger beroep op de terechtzitting te verschijnen niet op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte is uitgereikt. De dagvaarding dient op grond daarvan nietig te worden verklaard.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van
mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
17 maart 2026.
mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.