Strafrecht overig
Herstelarrest in verband met abusievelijk niet opgenomen aftrek van voorarrest in dictum.
Gerechtshof Amsterdam, 30 januari 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:238 · Gerechtshof Amsterdam · 30 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-238
Zaakgegevens
Op 30 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 januari 2026
- Datum publicatie
- 3 februari 2026
- Zaaknummer
- 23-000163-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:238
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelarrest in verband met abusievelijk niet opgenomen aftrek van voorarrest in dictum.
Uitspraak
parketnummer: 23-000163-24
Arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2026 tot herstel van het arrest gewezen op 28 januari 2026 op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 januari 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-150429-23 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1989,
adres: [adres] .
Fout in het dictum
Door een fout is in voormeld arrest abusievelijk de aftrek van het voorarrest op de opgelegde gevangenisstraf niet in het dictum opgenomen. Dit zal met dit herstelarrest worden hersteld.
Beslissing
Het hof:
Voegt aan het dictum van het arrest van 28 januari 2026 toe:
‘Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.’
Dit herstelarrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. C.J. van der Wilt en mr. F.C.W. de Graaf, in tegenwoordigheid van mr. I.A. de Bruijne, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 januari 2026.
De oudste en de jongste raadsheer zijn buiten staat het herstelarrest mede te ondertekenen.