Strafrecht overig
Veroordeling voor mishandeling en bedreiging tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden…
ECLI:NL:GHAMS:2026:2657 · Gerechtshof Amsterdam · 27 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2657
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2026
- Datum publicatie
- 17 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000075-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2657
Samenvatting
Veroordeling voor mishandeling en bedreiging tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Afwijzing vordering tenuitvoerlegging.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000075-25
datum uitspraak: 27 augustus 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 10 januari 2025 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-324405-24 en 15-396714-24, alsmede 15-149278-22 (TUL) tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. De benadeelde partij heeft zich niet opnieuw in hoger beroep gevoegd.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en de opgelegde maatregel van het contact- en gebiedsverbod en de beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gegrond na het eventueel instellen van beroep in cassatie in een aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de politierechter de verdachte een contact- en gebiedsverbod voor de duur van 1 jaar opgelegd en dat dadelijk uitvoerbaar verklaard.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen waarvan 59 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
De raadsman heeft het hof verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en bepleit dat inmiddels ook kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf. Ter terechtzitting is door de raadsman naar voren gebracht dat de familiebanden zijn hersteld, dat de verdachte weg is uit [plaats], dat de verdachte al een belast verleden had en toen ook nog blijvend hersenletsel heeft opgelopen en dat deze zaak zogezegd een dieptepunt was in een toch al zichtbaar lastig leven. De raadsman heeft gewezen op de bevindingen van de reclassering en op wat verdachtes begeleider in hoger beroep op zitting heeft toegelicht.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn broer en bedreiging van zijn broer en de partner van zijn broer. Door zo te handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn broer en gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof onder meer kennisgenomen van de over de verdachte uitgebrachte reclasseringsrapportage van 28 mei 2026. Daaruit komt samengevat en voor zover hier van belang, het volgende naar voren.
Er is bij de verdachte sprake van niet aangeboren hersenletsel en tot voor kort was er sprake van forse verslavingsproblematiek. De afgelopen periode is er gewerkt aan het opbouwen en vasthouden van stabiliteit in het leven van de verdachte. De verdachte heeft een huurwoning, krijgt dagelijks begeleiding van [bedrijf] en staat onder bewind. Ook Ambulant Centrum Fivoor is wekelijks betrokken bij de verdachte. De verdachte ontvangt twee keer per week medicatie (antabus) en heeft inmiddels een periode geen alcohol en drugs (GHB) meer gebruikt. Door de reclassering worden geen aanknopingspunten gezien voor het opleggen van bijzondere voorwaarden. Dit komt enerzijds door de opgebouwde stabiliteit, maar anderzijds doordat verschillende interventies van de reclassering in het verleden niet tot duurzame gedragsverandering hebben geleid. Door het niet aangeboren hersenletsel lijkt de verdachte amper tot niet leerbaar. De huidige ondersteuning lijkt aan te sluiten bij het maximaal haalbare functioneren van de verdachte en de psychische toestand blijft kwetsbaar. Daarom worden er in het forensische kader geen mogelijkheden meer gezien. Het doel is het behouden van stabiliteit en de behandeling bestaat uit verstrekking van medicatie en monitorende gesprekken.
Het hof acht het positief dat er inmiddels op een structurele manier in positieve zin verandering is gekomen in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft het hof ook zelf kunnen toelichten wat de zorg met hem doet, hoe de verslaving een probleem is bij meerdere familieleden en hoe hij dat het hoofd wil blijven bieden, dat de medicatie hem daarbij helpt en dat hij veel heeft aan de zorg van [bedrijf] .
Uit het strafblad van de verdachte van 30 juli 2026 volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld, onder meer voor bedreiging en mishandeling. Op grond van artikel 22b, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is het taakstrafverbod van toepassing. Zoals hiervoor is aangehaald is de persoonlijke situatie van de verdachte dusdanig veranderd, dat de ingezette structurele vorm van zorg en begeleiding als positieve ontwikkeling zichtbaar is op het strafblad van de verdachte.
Voorts heeft het hof het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in aanmerking genomen.
Alles afwegende, acht het hof het, gelet op de kwetsbaarheid van de verdachte en de prille stabiliteit in zijn persoonlijke situatie, niet passend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Ook een andere vorm van onvoorwaardelijke strafoplegging acht het hof thans niet aangewezen, omdat ook de samenleving te zeer geraakt kan worden bij de potentieel ontregelende effecten daarvan op de verdachte. Bij uitzondering zal het hof daarom, mede gelet op het taakstrafverbod, volstaan met de oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 januari 2023 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen.
Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals uiteengezet bij de strafmotivering ziet het hof – met de advocaat-generaal en de raadsman – aanleiding om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf, de opgelegde maatregel van het contact- en gebiedsverbod en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Noord-Holland van 14 oktober 2024, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 16 januari 2023, parketnummer 15-149278-22, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 weken met een proeftijd van 2 jaren.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N. van der Wijngaart en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. S.B. Kuvel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 augustus 2026.
=========================================================================
[…]