Strafrecht overig
Voorhanden hebben vals rijbewijs. Afwezigheid van alle schuld (AVAS-)verweer verworpen.
Gerechtshof Amsterdam, 17 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2664 · Gerechtshof Amsterdam · 17 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2664
Zaakgegevens
Op 17 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Datum publicatie
- 17 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000109-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2664
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Voorhanden hebben vals rijbewijs. Afwezigheid van alle schuld (AVAS-)verweer verworpen.
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000109-25
datum uitspraak: 17 september 2026
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 15 januari 2025 in de strafzaak onder parketnummer 15-057518-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1979,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 21 oktober 2023 te Schagen een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een rijbewijs, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, heeft afgeleverd en/of voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis van de politierechter zal worden vernietigd, omdat het hof tot een iets andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 21 oktober 2023 te Schagen een identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een rijbewijs, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals was, voorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat het vals is.
Strafbaarheid van de verdachte
Voor zover de raadsman heeft gesteld dat sprake is van afwezigheid van alle schuld, omdat de verdachte slachtoffer is geworden van oplichting en daardoor niet wist dat het rijbewijs vals was en dit ook niet behoefde te weten, overweegt het hof dat deze (enkele) stelling onvoldoende is om te kunnen concluderen dat de verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald en hem geen verwijt kan worden gemaakt. Daar komt bij dat de verdachte – gezien de vele (theorie-)examenpogingen in Nederland – bekend was met de zorgvuldigheidseisen (waarborgen) van de overheid rondom rijbewijsexamens en het verkrijgen van een rijbewijs. Het beroep op afwezigheid van alle schuld wordt dan ook verworpen.
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met een proeftijd van twee jaren.
De raadsman heeft verzocht een lagere taakstraf dan door de advocaat-generaal gevorderd op te leggen, en daarnaast niet over te gaan tot de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vals rijbewijs. Door zo te handelen heeft hij het vertrouwen geschonden dat in het personenverkeer moet kunnen worden gesteld in door van overheidswege verstrekte identiteitsdocumenten. In het maatschappelijk verkeer dient erop te kunnen worden vertrouwd dat zulke documenten een juiste weergave bevatten van de identiteit van de houder. Gebruikmaking van valse documenten kan leiden tot aanzienlijke schade. Die schade is in dit geval beperkt gebleven. De verdachte heeft dit valse rijbewijs aan de politie overhandigd bij een verkeerscontrole. Voor het rijden zonder rijbewijs heeft hij een strafbeschikking gekregen. Aangezien een Hongaars rijbewijs tevens een identiteitsdocument is, is de verdachte ook vervolgd voor het voorhanden hebben daarvan. Het uitgangspunt voor dat misdrijf is een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. In het voordeel van de verdachte houdt het hof er rekening mee dat de verdachte zich niet heeft willen legitimeren onder een valse naam. Op het valse rijbewijs stonden namelijk wel de juiste personalia van de verdachte. Dit maakt dat het hof lager zal straffen dan gebruikelijk en door de advocaat-generaal is geëist.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 26 augustus 2026 is hij niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.
Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.
Beslag
Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven valse rijbewijs. Het rijbewijs zal aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36b, 36c, 63 (oud) en 231 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis en doet opnieuw recht.
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Rijbewijs (Omschrijving: PL1100-2023250533-1547781 Vermoedelijk vals rijbewijs).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.F. Roseval, mr. M.J.A. Plaisier en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 september 2026.