Strafrecht overig
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van…
Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:2711 · Gerechtshof Amsterdam · 22 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-2711
Zaakgegevens
Op 22 september 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 september 2026
- Datum publicatie
- 23 september 2026
- Zaaknummer
- 23-000993-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:2711
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot verkrachting en aanranding. Het hof spreekt de verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. Het hof bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 18 april 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:2599Gerechtshof Amsterdam · 22 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:GHAMS:2026:2711
Overig
Uitspraak
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000993-25
datum uitspraak: 22 september 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 april 2025 in de strafzaak onder parketnummer 13-103314-24 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1981,
adres: [adres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 september 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 30 december 2022 tot en met 31 december 2022 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , tegen die heeft [slachtoffer] heeft gezegd dat hij seks met haar wilde en/of heeft gezegd: "I want your pussy" en/of zijn penis aan die [slachtoffer] heeft laten zien en/of die [slachtoffer] heeft aangeraakt en/of gekust en/of gezoend en/of die [slachtoffer] eenmaal of meermalen op een bed heeft geduwd (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] met haar hoofd tegen de verwarming sloeg) en/of het gezicht en/of keel van die [slachtoffer] heeft aangeraakt en/of betast en/of geaaid en/of gestreeld en/of die [slachtoffer] op/tegen/naar de grond heeft geduwd en/of de legging en/of onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij in of omstreeks de periode van 30 december 2022 tot en met 31 december 2022 te Amsterdam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, tegen die heeft [slachtoffer] gezegd dat hij seks met haar wilde en/of gezegd: "I want your pussy" en/of zijn penis aan die [slachtoffer] laten zien en/of die [slachtoffer] aangeraakt en/of gekust en/of gezoend en/of die [slachtoffer] eenmaal of meermalen op een bed geduwd (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] met haar hoofd tegen de verwarming sloeg) en/of het gezicht en/of de keel van die [slachtoffer] aangeraakt en/of betast en/of geaaid en/of gestreeld.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vrijspraak
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. De verdediging heeft zich op het standpunt gezet dat de verdachte moet worden vrijgesproken.
Vaststaat dat de verdachte en de aangeefster in de nacht van 31 december 2022 op 1 januari 2023 alleen in de woning van getuige [getuige] waren en dat de aangeefster die nacht licht letsel heeft opgelopen. De aangeefster heeft hierover verklaard dat het letsel is veroorzaakt door de verdachte die haar probeerde te verkrachten. De verdachte heeft dit betwist.
Het hof komt tot de conclusie dat de verklaringen van aangeefster in samenhang met het voorhanden steunbewijs geen bewezenverklaring kunnen dragen. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat niet alleen de verklaringen van aangeefster, maar ook de verklaringen van de getuige [getuige] op een aantal belangrijke punten niet consistent zijn, waardoor het voor het hof onvoldoende duidelijk is wat er zich in de woning heeft afgespeeld. Zo blijft onduidelijk wanneer en op welke wijze [getuige] van de aangeefster heeft gehoord dat zij zou zijn aangerand. Op 1 januari 2023 verklaart [getuige] hierover dat hij die ochtend om 1:07 uur via de app door de aangeefster is gebeld en dat de aangeefster hem op dat moment heeft verteld dat de verdachte seks met haar wilde, zijn piemel aan haar had laten zien en haar op het bed had gegooid. Kort hierna is hij gebeld door de buurman, omdat er lawaai in zijn woning was, is hij direct naar huis gefietst en om 3.00 uur thuisgekomen. Op het moment dat hij de woonkamer inkwam zag hij dat de verdachte de legging van de aangeefster naar beneden trok en dat de aangeefster zich verzette. Uit een screenshot van de telefoon van de aangeefster blijkt echter dat de aangeefster [getuige] om 1:07 uur een What’s app bericht heeft gestuurd met de mededeling: “ [bijnaam] is acting crazy” (het hof begrijpt de verdachte) en “come back” en dat deze berichten pas om 4:10 uur zijn gelezen. Op het screenshot is niet te zien dat er die nacht door de aangeefster met [getuige] is gebeld en de aangeefster heeft in haar aangifte op 2 januari 2023 ook uitdrukkelijk verklaard dat zij die nacht niet met [getuige] heeft gebeld, maar enkel een What’s app bericht heeft gestuurd.
Verder blijft onduidelijk wat [getuige] aantrof op het moment dat hij in de woning kwam. De aangeefster heeft hierover op 1 januari 2023 verklaard dat de verdachte haar op bed heeft geduwd en vervolgens haar legging pakte en deze naar beneden begon te trekken, waarna [getuige] binnen kwam en de verdachte van haar aftrok. Op 2 januari 2023 heeft zij verklaard dat zij door de verdachte op de grond is geduwd en dat hij toen haar legging naar beneden trok. Zij verklaart op die dag verder dat op het moment dat [getuige] de woning binnenkwam zij met een schaar in haar hand op het bed zat en dat de verdachte op dat moment op een stoel zat. Toen haar werd medegedeeld dat [getuige] had verklaard dat hij heeft gezien dat de verdachte haar legging naar beneden trok verklaarde ze dat [getuige] het verhaal dat zei hem had verteld een beetje door elkaar haalde en dat [getuige] niet zo heel goed is in het onthouden van dingen.
Onder deze omstandigheden is het hof van oordeel dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging verkrachting, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.000,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom niet in de vordering worden ontvangen.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. H.A. Stalenhoef en mr. R.A.J. Hübel, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 september 2026.
=========================================================================
[…]