Strafrecht overig

Herstelarrest. Mishandeling.

Gerechtshof Amsterdam, 8 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Datum publicatie
13 oktober 2026
Zaaknummer
23-000364-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:2943
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelarrest. Mishandeling.

Uitspraak

Afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000364-22

datum uitspraak: 8 oktober 2026

Arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 oktober 2026 tot herstel van het arrest gewezen op 28 augustus 2026 op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2022 in de strafzaak onder parketnummer 13-173107-20 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

adres: [adres] .

Het hof heeft in deze zaak op 28 augustus 2026 een arrest uitgesproken. In de bewezenverklaring is abusievelijk opgenomen dat het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad. Dat sprake is van een kennelijke misslag blijkt uit de bewijsoverweging, waarin het hof uitdrukkelijk heeft overwogen dat geen sprake is van zwaar lichamelijk letsel, de kwalificatie van het bewezenverklaarde als mishandeling en de strafmotivering, waarin het hof het letsel heeft aangeduid als “fors letsel”.

Het betreft een onmiddellijk kenbare fout die zich leent voor eenvoudig herstel.

Beslissing

Het hof herstelt het arrest van 28 augustus 2026 onder parketnummer 23-000364-22, in zoverre dat de bewezenverklaring als volgt luidt:

“zij op 27 december 2019 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] met een voorwerp tegen het hoofd te slaan.”

De daaropvolgende zinssnede: “terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten kapotte zenuwen in een of meer voortanden en ontstekingen in de kaak ten gevolge heeft gehad” komt daarmee te vervallen.

Dit herstelarrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. H.A. van Eijk en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 oktober 2026.

=========================================================================

[…]

[…]

[…]

[…]