Strafrecht overig
Verdachte niet-ontvankelijk (hoger beroep tardief).
ECLI:NL:GHAMS:2026:878 · Gerechtshof Amsterdam · 31 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghams-2026-878
Zaakgegevens
Op 31 maart 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Datum publicatie
- 1 april 2026
- Zaaknummer
- 23-000441-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2026:878
Samenvatting
Verdachte niet-ontvankelijk (hoger beroep tardief).
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000441-24
datum uitspraak: 17 maart 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 96-136403-22 tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres] .
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2026.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte in het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard omdat het hoger beroep te laat is ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is op 23 november 2023 door de economische politierechter veroordeeld. Tegen dit vonnis heeft de verdachte op 23 februari 2024 hoger beroep ingesteld. Hoewel de aantekening mondeling vonnis vermeldt dat dit vonnis op tegenspraak is gewezen gaat het hof er, gelet op de verklaring van de verdachte en de vermelding ‘verstek’ op de vordering van de officier van justitie, vanuit dat de verdachte niet aanwezig was op de zitting en bij verstek is veroordeeld.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij van de terechtzitting bij de politierechter op de hoogte was. De verdachte had daarom op grond van artikel 408, eerste lid, sub b van het Wetboek van Strafvordering (Sv) binnen veertien dagen na de einduitspraak van de politierechter hoger beroep moeten instellen. Dit is niet gebeurd.
Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat de mededeling, waaruit volgt dat de uitspraak is gedaan, op 18 december 2023 om 16:31 uur in het portaal van MijnOverheid is geplaatst. Vervolgens is op 5 februari 2024 om 22:55 uur ingelogd. Op grond van artikel 36f, tweede lid, Sv geldt dan dat de persoon voor wie de mededeling is bestemd, op die datum daarvan op de hoogte is gesteld en binnen veertien dagen hoger beroep had moeten worden instellen. Ook dit is niet gebeurd.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, mr. A.P.M. van Rijn en mr. C. Beuze, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 maart 2026.
Mr. A.P.M. van Rijn en mr. C. Beuze zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.