Strafrecht overig
Afwijzing beklag artikel 12 ter zake van seksueel misbruik. Het dossier bevat onvoldoende (steun)bewijs en er…
ECLI:NL:GHAMS:2021:3280 · Gerechtshof Amsterdam · 9 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2021-3280
Zaakgegevens
Op 9 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 september 2021
- Datum publicatie
- 1 november 2021
- Zaaknummer
- K20/230387
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3280
Samenvatting
Afwijzing beklag artikel 12 ter zake van seksueel misbruik. Het dossier bevat onvoldoende (steun)bewijs en er zijn geen aanknopingspunten voor nader onderzoek.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
beklagkamer
rekestnummer K20/230387
Beschikking op het beklag van:
[klagers] ,
klagers,
woonplaats kiezende op het kantooradres van hun gemachtigde:
mr. M. Berbee, advocaat te Den Helder.
1 Het beklag
Het hof heeft op 22 september 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van seksueel misbruik van de minderjarige dochter van klagers.
2 Het verslag van de advocaat-generaal
Bij verslag van 15 februari 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.
3 De voorhanden stukken
Het hof heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift;
- het verslag van de advocaat-generaal;
- het dossier van de politie;
- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland van 27 januari 2021;
- en de op 14 juli 2021 bij het gerechtshof binnengekomen email namens klagers, met daarbij als bijlage een brief van 8 oktober 2020 van drs. [naam 1] , GZ-psycholoog.
4 De behandeling in raadkamer
Het hof heeft klagers in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 het beklag toe te lichten. Klagers zijn, bijgestaan door hun advocaat, in raadkamer verschenen en hebben het beklag toegelicht en gehandhaafd.
Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 te worden gehoord. Beklaagde is, daarbij bijgestaan door mr. M.A.J. van der Klaauw, advocaat te Haarlem, in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen.
De advocaat-generaal is bij de behandelingen in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.
5 De beoordeling van het beklag
Klagers hebben aangifte gedaan ter zake van seksueel misbruik door beklaagde van hun minderjarige dochter [naam 2] . Beklaagde is de ex-partner van klaagster. [naam 2] heeft aan verschillende personen uit haar omgeving en bij de politie in een studioverhoor verklaard dat zij meerdere keren seksueel misbruikt is door beklaagde, op momenten dat haar moeder niet thuis was.
Beklaagde heeft de beschuldigingen ontkend.
Voor de weergave van de overige feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht.
Het beoordelingskader
Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.
Bij de toetsing is het volgende van belang. Voor een bewezenverklaring is in het strafrecht alleen een aangifte niet voldoende. Er is ten minste een minimale hoeveelheid steunbewijs nodig. Dit moet de in de aangifte opgenomen verklaring over de strafbare gedraging voldoende bevestigen. Bovendien moet het steunbewijs afkomstig zijn uit een andere bron dan de persoon met wie de seksuele handelingen verricht zouden zijn.
In zedenzaken is het bijeenbrengen van voldoende bewijs van betrokkenheid van een verdachte, gelet op de besloten aard van de gedraging, doorgaans erg problematisch als een verdachte ontkent.
De overwegingen van het hof
De verklaringen van [naam 2] , die zij tegenover verschillende betrokkenen en de politie heeft afgelegd, duiden op seksueel misbruik van [naam 2] door beklaagde. Het is begrijpelijk dat klagers verontrust zijn geraakt en aangifte hebben gedaan.
De aangifte en de verklaringen zijn echter alle te herleiden tot één bron: [naam 2] .
Dat [naam 2] en beklaagde wel eens samen alleen thuis zijn geweest, levert onvoldoende steunbewijs voor seksueel misbruik op, mede gelet op de (voormalige) affectieve relatie tussen beklaagde en de moeder van [naam 2] (klaagster). Klaagster heeft immers bij de politie verklaard dat beklaagde sinds twee jaar eigenlijk elke dag bij haar logeerde.
Ook de door klagers aan het hof gezonden brief van de GZ-psycholoog levert niet het noodzakelijke steunbewijs. De bevindingen van de psycholoog zijn immers terug te voeren op hetgeen [naam 2] aan haar heeft verteld. Dat [naam 2] ook bij haar identiek verklaard zou hebben over het seksueel misbruik door beklaagde, levert immers geen steunbewijs uit een andere bron op.
Daarmee wordt niet voldaan aan de wettelijke minimumeis voor een bewezenverklaring.
Er zijn ook geen aanknopingspunten voor nader onderzoek.
Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.
Het hof zal daarom als volgt beslissen.
6 De beslissing
Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op
9 september 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, V. Mul en P.F.E. Geerlings, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier.