Strafrecht overig

Toewijzing beklag artikel 12.

Zaakgegevens

Op 9 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
9 september 2021
Datum publicatie
1 november 2021
Zaaknummer
K20/230042
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3286
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Toewijzing beklag artikel 12.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

beklagkamer

rekestnummer K20/230042

Beschikking op het beklag van:

[klaagster],

klaagster,

woonplaats kiezende op het kantooradres van haar gemachtigde: mr. P.A.J. van Putten, advocaat te Alkmaar.

1 Het beklag

Het hof heeft op 14 januari 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van stalking en belediging of smaad, dan wel laster.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 6 november 2020 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven klaagster niet-ontvankelijk te verklaren omdat de zaak opnieuw door de politie in behandeling is genomen.

3 De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift;

- het verslag van de advocaat-generaal;

- het dossier van de politie;

- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland van 8 juni 2020;

- een brief van brigadier van de politie [verbalisant], opgemaakt op 28 mei 2020.

4 De behandeling in raadkamer

Het hof heeft klaagster in de gelegenheid gesteld op 31 mei 2021 het beklag toe te lichten. Klaagster is, bijgestaan door de gemachtigde, in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd.

Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 te worden gehoord. Beklaagde is in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen.

De advocaat-generaal is bij de behandelingen in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze aanleiding gevonden de conclusie in het verslag aldus te herzien, dat de aangifte van klaagster opnieuw in onderzoek wordt genomen, evenals andere aangiftes die door klaagster tegen beklaagde zijn gedaan.

5 De beoordeling van het beklag

Klaagster heeft op 19 januari 2019 aangifte gedaan tegen beklaagde, haar ex-partner, ter zake van negatieve berichten die hij over haar op internet heeft geplaatst. Klaagster heeft eerder ook al aangifte tegen beklaagde gedaan.

Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht.

Het beoordelingskader

Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.

De overwegingen van het hof

Het dossier bevat aanwijzingen voor de verdenking van enig strafbaar feit gepleegd door beklaagde. Op basis van deze aanwijzingen in het dossier kan de strafrechter tot een bewezenverklaring komen. Het is bij uitstek de strafrechter die de afweging kan maken of het voorhanden bewijsmateriaal daarvoor voldoende is en zo ja welke bestraffing daarbij past.

Indien bewezen, gaat het om een ernstig strafbaar feit en is er voldoende belang bij strafvervolging. Hierbij heeft het hof mede acht geslagen op de omstandigheid dat beklaagde, ondanks een eerder ‘stop’-gesprek met hem naar aanleiding van eerdere aangiftes, is doorgegaan met het plaatsen van negatieve berichten over klaagster op internet.

Het hof zal daarom als volgt beslissen.

6 De beslissing

Het hof beveelt de officier van justitie om [beklaagde] te vervolgen ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft.

Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

9 september 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, mrs. V. Mul en A.R.O. Mooy, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier.