Strafrecht overig

Afwijzing beklag artikel 12. Het hof is van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging…

Zaakgegevens

Op 16 augustus 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 augustus 2021
Datum publicatie
1 november 2021
Zaaknummer
K20/230491
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2021:3288
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Afwijzing beklag artikel 12. Het hof is van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten.

Uitspraak

Inhoudsopgave

afdeling strafrecht

beklagkamer

rekestnummer K20/230491

Beschikking op het beklag van:

[klager] ,

wonende te [woonplaats],

klager.

1 Het beklag

Het hof heeft op 25 november 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland om geen strafvervolging in te stellen tegen [beklaagde] (hierna: beklaagde) ter zake van poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

2 Het verslag van de advocaat-generaal

Bij verslag van 10 maart 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag toe te wijzen.

3 De voorhanden stukken

Het hof heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift;

- het verslag van de advocaat-generaal;

- het dossier van de politie;

- het ambtsbericht van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Noord-Holland van 23 december 2020.

4 De behandeling in raadkamer

Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 het beklag toe te lichten. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen

Voorts heeft het hof beklaagde in de gelegenheid gesteld op 16 augustus 2021 te worden gehoord. Beklaagde is in raadkamer verschenen en heeft het hof verzocht de klacht af te wijzen.

De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze aanleiding gevonden de conclusie in het verslag aldus te herzien, dat mediation tussen beide partijen wordt opgestart.

5 De beoordeling van het beklag

Klager heeft op 25 juli 2020 aangifte gedaan ter zake van bedreiging en zware mishandeling door beklaagde, zijn buurman. Blijkens het klaagschrift richt de klacht zich op het niet vervolgen van beklaagde voor het zwaaien met een houten paal in de richting van klager.

Voor de weergave van de feitelijke uitgangspunten die van belang zijn voor de beoordeling verwijst het hof naar de inhoud van het ambtsbericht.

Het beoordelingskader

Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.

De overwegingen van het hof

Gelet op het politiedossier, waaronder de videobeelden van het incident, zou de strafrechter in deze zaak tot een bewezenverklaring van een strafbaar feit kunnen komen.

Het hof acht vervolging in deze zaak echter niet aangewezen. Uit de stukken blijkt dat tussen klager en beklaagde al langere tijd spanningen bestaan. Het strafrecht is een uiterst middel en dient in dit soort zaken terughoudend te worden toegepast. Betrokkenen zouden moeten proberen om – al dan niet met behulp van bemiddeling door derden – hun problemen onderling op te lossen zodat zij ongestoord naast elkaar verder kunnen leven.

Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.

Het hof zal daarom als volgt beslissen.

6 De beslissing

Het hof wijst het beklag af.

Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op

16 augustus 2021 door mrs. A.D.R.M. Boumans, voorzitter, V. Mul en A.R.O. Mooy, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de jongste raadsheer en de griffier.