Strafrecht overig
Artikel 12. Diefstal. Afwijzing beklag.
ECLI:NL:GHAMS:2021:3995 · Gerechtshof Amsterdam · 28 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2021-3995
Zaakgegevens
Op 28 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 september 2021
- Datum publicatie
- 21 december 2021
- Zaaknummer
- K21/230024
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3995
Samenvatting
Artikel 12. Diefstal. Afwijzing beklag.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
beklagkamer
rekestnummer K21/230024
Beschikking op het beklag van:
[klager],
wonende te [woonplaats],
klager.
1 Het beklag
Het hof heeft op 28 december 2020 het klaagschrift ontvangen. Het beklag richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam om geen strafvervolging in te stellen tegen een onbekende dader (hierna: beklaagde) ter zake van diefstal van een fiets en een buitenboordmotor.
2 Het verslag van de advocaat-generaal
Bij verslag van 15 februari 2021 heeft de advocaat-generaal het hof in overweging gegeven het beklag af te wijzen.
3 De voorhanden stukken
Het hof heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift met bijlagen en de aanvullingen daarop, aan het hof verzonden op 28 en 31 augustus 2021;
- het verslag van de advocaat-generaal;
- het dossier van de politie.
4 De behandeling in raadkamer
Het hof heeft klager in de gelegenheid gesteld op 2 september 2021 het beklag toe te lichten. Klager is in raadkamer verschenen en heeft het beklag toegelicht en gehandhaafd.
De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.
5 De beoordeling van het beklag
Op 7 december 2018 heeft klager bij de politie gemeld dat zijn fiets in juni 1997 is weggenomen. Hij heeft toen ook gemeld dat de buitenboordmotor van zijn buurman is weggenomen, omstreeks augustus 2018.
Het beoordelingskader
Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.
De overwegingen van het hof
Ten aanzien van de diefstal van de fiets overweegt het hof als volgt.
Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat op diefstal een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren staat.
Artikel 70 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het recht tot strafvordering vervalt door verjaring in twaalf jaren voor de misdrijven waarop een tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren (en minder dan acht jaren) is gesteld.
Op grond van artikel 72 van dezelfde wet kan de verjaring gestuit worden door een daad van vervolging. Hiervan is niet gebleken.
Dit betekent dat de diefstal van de fiets inmiddels verjaard is. Gelet hierop kan de strafrechter, aan wie de zaak zou worden voorgelegd, niet anders dan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van de (nog onbekende) dader. Dat klager van dit feit mogelijk al eerder aangifte bij de politie zou hebben gedaan, leidt niet tot een ander oordeel.
Ten aanzien van de diefstal van de buitenboordmotor overweegt het hof als volgt.
Uit de door klager overgelegde stukken volgt niet dat klager de eigenaar is van de buitenboordmotor. De buitenboordmotor was van een buurman. Klager heeft hierdoor geen belang bij de vervolging ter zake van deze vermeende diefstal. Dat klager deze buitenboordmotor van zijn buurman wilde kopen en hiervoor mogelijk al een deel van de aankoopprijs had betaald, maakt dit niet anders.
Klager is in dit deel van zijn klacht dan ook niet-ontvankelijk.
Gelet op het voorgaande is het hof dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten ter zake van de diefstal van zowel de fiets als de buitenbordmotor. Het beklag is ongegrond.
Het hof zal daarom als volgt beslissen.
6 De beslissing
Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 28 september 2021 door mrs. P.F.E. Geerlings, voorzitter, N.A. Schimmel en A.R.O. Mooy, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.