Strafrecht overig
Artikel 12. Mishandeling. Afwijzing beklag.
ECLI:NL:GHAMS:2021:3998 · Gerechtshof Amsterdam · 28 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/raadkamer/ecli-nl-ghams-2021-3998
Zaakgegevens
Op 28 september 2021 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof AmsterdamGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 28 september 2021
- Datum publicatie
- 21 december 2021
- Zaaknummer
- K20/230347
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2021:3998
Samenvatting
Artikel 12. Mishandeling. Afwijzing beklag.
Uitspraak
Inhoudsopgave
afdeling strafrecht
beklagkamer
rekestnummer K20/230347
Beschikking op het beklag van:
[klaagster],
wonende te [woonplaats],
klaagster.
1 Het beklag
Voor het verloop van de procedure en het verhandelde in raadkamer verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van 17 december 2020.
2 Het verdere verloop van de procedure
Het hof heeft naast de in de tussenbeschikking genoemde stukken kennisgenomen van
- het nader door de politie opgemaakte proces-verbaal van 25 januari 2021, inhoudende het verhoor van getuige [getuige 1];
- de door de rechter-commissaris in de rechtbank Amsterdam opgemaakte processen-verbaal van 14 januari 2021 en 15 maart 2021, inhoudende de verhoren van de getuigen [getuige 2] (geboren in 1998), [getuige 3] (geboren in 2003), [getuige 4], [getuige 5], en [getuige 6].
Het hof heeft klaagster in de gelegenheid gesteld op 2 september 2021 het beklag toe te lichten. Klaagster is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De advocaat-generaal is bij de behandeling in raadkamer aanwezig geweest. In hetgeen in raadkamer naar voren is gekomen heeft deze geen aanleiding gevonden de conclusie in het verslag te herzien.
3 De beoordeling van het beklag
Klaagster heeft op 24 september 2019 aangifte gedaan tegen beklaagde ter zake van mishandeling, gepleegd op 29 augustus 2019 te Diemen.
Uit het dossier komt het volgende naar voren.
Klaagster was in het appartement van haar dochter. Beklaagde kwam aan de deur en wilde naar binnen gaan. Klaagster en beklaagde, die familie van elkaar zijn, kregen woorden met elkaar in verband met een langlopende ruzie. Volgens klaagster heeft beklaagde haar bij de hals gepakt en haar keel dichtgeknepen. Beklaagde duwde klaagster daarbij het appartement in.
Beklaagde heeft ontkend dat zij klaagster bij haar hals heeft gepakt en haar keel heeft dichtgeknepen. Ze heeft verklaard dat zij klaagster niet aangeraakt heeft. Ze heeft alleen de deur van het appartement geopend, omdat klaagster de deur dicht wilde doen.
De getuigen [getuige 4], [getuige 2] (geboren in 1998) en [getuige 3] (geboren in 2003) zijn gehoord als getuige door de rechter-commissaris. Zij hebben verklaard dat het klaagster was die beklaagde (als eerste) duwde. Twee van deze getuigen hebben ook verklaard dat beklaagde hierna klaagster heeft teruggeduwd.
De overige getuigen die in deze zaak zijn gehoord, hebben het incident niet zelf waargenomen.
Het beoordelingskader
Het hof heeft te beoordelen of de strafrechter die over deze zaak zou moeten oordelen – al dan niet na nader onderzoek – zou kunnen komen tot een veroordeling voor enig strafbaar feit. Daarnaast moet het hof beoordelen of er, gelet op alle omstandigheden, voldoende belang is bij het alsnog instellen van strafrechtelijke vervolging. Indien het antwoord op beide vragen bevestigend luidt, zal een bevel tot vervolging worden gegeven.
De overwegingen van het hof
Het hof moet constateren dat de verklaringen van klaagster en beklaagde over hetgeen er is gebeurd en hoe de confrontatie precies is verlopen van elkaar verschillen. Ook de getuigen hebben weer (deels) afwijkende verklaringen afgelegd over hetgeen beklaagde zou hebben gedaan ten aanzien van klaagster. Er zijn geen bewijsmiddelen aan de hand waarvan vastgesteld kan worden welke van deze lezingen de juiste is. De strafrechter aan wie de zaak zou moeten worden voorgelegd heeft daarom te weinig aanknopingspunten om tot een veroordeling van beklaagde ter zake van mishandeling te kunnen komen.
Het hof is dan ook van oordeel dat er goede redenen zijn om in deze zaak geen vervolging te gelasten. Het beklag is ongegrond.
Het hof zal daarom als volgt beslissen.
4 De beslissing
Het hof wijst het beklag af.
Deze beschikking, waartegen voor betrokkenen geen rechtsmiddel openstaat, is gegeven op 28 september 2021 door mrs. P.F.E. Geerlings, voorzitter, N.A. Schimmel en A.R.O. Mooy, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Togt, griffier, en ondertekend door de voorzitter en de griffier.