Civiel recht overig
In hoger beroep is geïntimeerde neit gehouden tot zekerheidsstelling proceskosten, ook niet bij het instellen…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 juli 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:5263 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2013-5263
Zaakgegevens
Op 2 juli 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 2 juli 2013
- Datum publicatie
- 18 juli 2013
- Zaaknummer
- 200.123.463
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.H.G Plieger, mr. P.H.N. van Spanje
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2013:5263
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In hoger beroep is geïntimeerde neit gehouden tot zekerheidsstelling proceskosten, ook niet bij het instellen van incidenteel appel.
Procesgang
Rechtbank Utrecht · 4 april 2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1752Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 juli 2013deze uitspraak
ECLI:NL:GHARL:2013:5263
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 oktober 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:8049(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 maart 2016
ECLI:NL:PHR:2016:139Hoge Raad · 10 juni 2016
ECLI:NL:HR:2016:1165Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.123.463
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht 295743)
arrest van de eerste kamer van 2 juli 2013 in het incident tot zekerheidstelling
inzake
Theo [eiser],
wonend te Nieuwegein,
appellant in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat: mr. M.H.G. Plieger,
tegen
de vennootschap naar Chileens recht
[A] S.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. P.H.N. van Spanje.
Partijen zullen hierna [eiser] en [verweerster] worden genoemd.
1 Het geding in eerste aanleg
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de tussen [verweerster] als eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie en verweerster in het incident en [eiser] als gedaagde in conventie tevens eiser in reconventie en eiser in het incident gewezen vonnissen van de rechtbank Utrecht respectievelijk rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 1 juni 2011, 7 september 2011, 4 april 2012 en 20 februari 2013.
2 Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding in hoger beroep d.d. 11 maart 2013;
-
de conclusie van eis in het incident ex artikel 224 Rv;
-
de memorie van antwoord in het incident tot zekerheidstelling, met een productie.
Partijen hebben de stukken aan het hof overgelegd en arrest in het incident gevraagd. Daarop heeft het hof arrest in het incident bepaald.
3 De motivering van de beslissing in het incident
[eiser] heeft - zakelijk samengevat - gevorderd dat [verweerster] op de voet van artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) wordt verplicht om zekerheid te stellen voor de proceskosten in hoger beroep. [verweerster] heeft zich hiertegen, met een beroep op artikel 353 lid 2 Rv, verweerd.
Het verweer van [verweerster] slaagt. [verweerster] is in de hoofdzaak in hoger beroep geïntimeerde. Ingevolge het bepaalde in artikel 353 lid 2 Rv is de geïntimeerde in hoger beroep niet gehouden tot zekerheidstelling op grond van artikel 224 Rv, zelfs niet bij het (eventueel) instellen van incidenteel beroep. Daarop stuit de incidentele vordering van [eiser] af.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
wijst de vordering in het incident af;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident, tot op heden aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil aan verschotten en op € 894,-- aan salaris van de advocaat;
verklaart dit arrest wat betreft deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
verwijst de hoofdzaak naar de rol van 13 augustus 2013 voor memorie van grieven aan de zijde van [eiser].
Dit arrest is gewezen door mrs. A.W. Steeg, P.H. van Ginkel en F.J.P. Lock en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2013.