Civiel recht overig
Vernietiging alg. vw.; uitlating o.g.v. 76 Rv.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8192 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2013-bz8192
Zaakgegevens
Op 26 maart 2013 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 200.093.192e
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. G.A.M de Vries, mr. F.A.M. Knüppe
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2013:BZ8192
Samenvatting
Vernietiging alg. vw.; uitlating o.g.v. 76 Rv.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.093.192
(zaaknummer rechtbank 216214)
arrest van de derde kamer van 26 maart 2013
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[appellante],
gevestigd te [plaats],
appellante,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. G.A.M. de Vries,
tegen:
[geïntimeerde],
gevestigd te [plaats],
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde],
advocaat: mr. F.A.M. Knüppe.
1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
1.1 Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 29 januari 2013 hier over.
1.2 Blijkens aantekeningen op de rol-/archiefkaart heeft [geïntimeerde] zich uitgelaten op de roldatum 26 februari 2013 en [appellante] op de roldatum 12 maart 2013.
1.3 Ten slotte heeft het hof wederom arrest bepaald.
2. De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
2.1 Bij het tussenarrest heeft het hof de zaak, onder aanhouding van alle verdere beslissingen, naar de roldatum 26 februari 2013 verwezen voor uitlating door beide partijen als bedoeld in rechtsoverweging 4.6 van dat tussenarrest. Deze verwijzing strekte ertoe een antwoord te verkrijgen op de vraag of partijen verlangen dat het hof de zaak aan zich houdt (artikel 76 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)).
2.2 De onder 1.2 bedoelde aantekeningen op de rolkaart houden in, dat partijen afzien van een akte na tussenarrest. Partijen hebben terugverwijzing naar de rechtbank gevraagd.
2.3 Op grond van deze uitlatingen dient het hof overeenkomstig de hoofdregel van artikel 76 Rv. de zaak naar de rechtbank te verwijzen voor het in het dictum aangegeven doel.
2.4 Hetgeen het hof in het tussenarrest en hiervoor heeft overwogen leidt tot de slotsom dat grief I gegrond is en dat het vonnis van 20 juli 2011 dient te worden vernietigd, onder verwijzing van de hoofdzaak naar de rechtbank.
2.5 Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [geïntimeerde] in de kosten van de verzetprocedure in eerste aanleg en de kosten van het hoger beroep veroordelen.
De kosten voor de verzetprocedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellante] zullen worden vastgesteld op:
- salaris advocaat € 894,-- (1 punt x tarief IV à € 894,--)
De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [appellante] zullen worden vastgesteld op:
- explootkosten € 76,31
- griffierecht € 649, --
subtotaal verschotten € 725,31
- salaris advocaat € 2.682,-- (3 punten x tarief II à € 894,--)
Totaal € 3.407,31
3. De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Arnhem, sector civiel recht, van 20 juli 2011;
verwijst de zaak naar de rechtbank Arnhem om op de hoofdzaak te worden beslist;
veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [appellante] wat betreft de verzetprocedure in eerste aanleg vastgesteld op € 894,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 725,31 voor verschotten en op € 2.682,-- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;
verklaart dit arrest met betrekking tot deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst hetgeen meer of anders is gevorderd af.
Dit arrest is gewezen door mrs. I.A. Katz-Soeterboek, E.B. Knottnerus en G.P.M. van den Dungen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken
op 26 maart 2013.