Civiel recht overig
Verwarring omtrent appellabiliteit.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 februari 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:978 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 februari 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2014-978
Zaakgegevens
Op 11 februari 2014 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 11 februari 2014
- Datum publicatie
- 11 februari 2014
- Zaaknummer
- 200.117.286-01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P van Wijngaarden, mr. D.L.A van Voskuilen
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2014:978
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verwarring omtrent appellabiliteit.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.117.286/01
(zaaknummer rechtbank Assen 337852/CV EXPL 12-768)
arrest van de eerste kamer van 11 februari 2014
in de zaak van
[appellante],
gevestigd te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna: [appellante],
advocaat: mr. P. van Wijngaarden, kantoorhoudend te Groningen,
tegen
Stichting Pensioenfonds Horeca en Catering,
gevestigd te Zoetermeer,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: Pensioenfonds Horeca,
advocaat: mr. D.L.A. van Voskuilen, kantoorhoudend te Rotterdam.
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 5 februari 2013 hier over.
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
In dit tussenarrest heeft het hof een comparitie na aanbrengen gelast. Op eenparig verzoek van partijen heeft deze comparitie na aanbrengen geen doorgang gevonden. Partijen hebben er voor gekozen om verder te procederen in hoger beroep.
Het verdere verloop van de procedure is als volgt:
- de memorie van grieven d.d 10 september 2013,
- de memorie van antwoord d.d. 22 oktober 2013.
Vervolgens heeft Pensioenfonds Horeca de stukken voor het wijzen van arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.
2 De vordering en beoordeling ervan in eerste aanleg
In eerste aanleg heeft Pensioenfonds Horeca betaling gevorderd van € 7.033,56 wegens achterstallige premies, te vermeerderen met rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Uit verweer van [appellante] bleek dat [appellante] de premiebedragen wel had betaald, maar daarbij een onjuist loonheffingsnummer had opgegeven. Bij conclusie van repliek tevens houdende vermindering van eis heeft Pensioenfonds Horeca aangevoerd dat deze betalingen met instemming van [appellante] alsnog zijn toegerekend aan de openstaande vordering, waardoor de hoofdsom volledig is voldaan en nog slechts boete, rente en (buiten)gerechtelijke kosten verschuldigd zijn. Haar petitum luidt echter: "Tot persistit!".
De kantonrechter heeft in zijn tussenvonnis van 12 juni 2012 vastgesteld dat de vordering is verminderd tot € 152,91 boete, € 305,63 wettelijke rente over de periode van 1 maart 2011 tot 25 januari 2012 en € 833,- aan buitengerechtelijke incassokosten. Bij vonnis van 11 september 2012 heeft de kantonrechter de aldus tot € 1.291,54 verminderde vordering toegewezen onder veroordeling van [appellante] in de proceskosten.
3 De ontvankelijkheid in hoger beroep
Het hof is, met Pensioenfonds Horeca, van oordeel dat [appellante] ingevolge art. 332 lid 1 Rv niet ontvankelijk is in haar hoger beroep. Ondanks het petitum aan het slot van de conclusie van repliek heeft de kantonrechter de strekking van die conclusie, mede gelet op het opschrift ervan, niet anders kunnen opvatten dan als een vermindering van eis tot een bedrag van € 1.291,54. De vordering waarover de kantonrechter in eerste aanleg uiteindelijk had te beslissen, had een geringer beloop dan € 1.750,-. [appellante] heeft overigens ook geen grief gericht tegen de vaststelling dat de verminderde vordering nog maar € 1.291,54 bedroeg.
Het hof zal [appellante] niet-ontvankelijk verklaren in haar hoger beroep. Omdat Pensioenfonds Horeca de mogelijke verwarring omtrent de appellabiliteit van haar vordering in de hand heeft gewerkt door de onjuiste formulering van haar petitum na de gewenste vermindering van eis, ziet het hof aanleiding voor compensatie van proceskosten in hoger beroep. Iedere partij dient daarom de aan eigen zijde gevallen kosten te dragen.
4 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep;
compenseert de proceskosten in dit hoger beroep, zodat iedere partij de aan eigen zijde gevallen kosten dient te dragen;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mr. K.E. Mollema, mr. J.H. Kuiper en mr. M.E.L. Fikkers en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 11 februari 2014.