Civiel recht overig
Productenaansprakelijkheid. Schadebegroting. De veehouder heeft landbouwplastic gekocht waarin, zo blijkt…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 februari 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:1706 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2023-1706
Zaakgegevens
Op 28 februari 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 28 februari 2023
- Datum publicatie
- 28 februari 2023
- Zaaknummer
- 200.283.878
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.P Maes, mr. F.R.H Kuiper, mr. T Burgers
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2023:1706
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Productenaansprakelijkheid. Schadebegroting. De veehouder heeft landbouwplastic gekocht waarin, zo blijkt later, kleine gaatjes zitten. De graskuil onder het landbouwplastic is door schimmel waardeloos geworden. Na deskundigenbericht oordeelt het hof dat de gaatjes zijn ontstaan tijdens de productie van het landbouwplastic en dat er causaal verband is tussen het gebrekkige landbouwplastic en het door zuurstoftoetreding beschimmelde gras. Daardoor heeft de verkoper non-conform landbouwplastic geleverd en heeft de producent onrechtmatig gehandeld door het landbouwplastic in het verkeer te brengen. Het hof begroot de schade op concrete wijze.
zie ook: ECLI:NL:GHARL:2022:1761, ECLI:NL:GHARL:2024:6515, ECLI:NL:GHARL:2025:4332, ECLI:NL:GHARL:2026:1935 en ECLI:NL:GHARL:2026:3336.
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.283.878
(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/228290)
arrest van 28 februari 2023
in de zaak van
de maatschap
[de veehouder] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [de veehouder] ,
advocaat: mr. A.P. Maes,
tegen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de verkoper] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,
2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht
RKW Hyplast N.V.,
gevestigd te Hoogstraten (België),
advocaat: mr. T. Burgers,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [de verkoper] en RKW en tezamen RKW c.s.,
1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 8 maart 2022 hier over.
Het verdere verloop blijkt uit:
¦ de akte uitlaten van [de veehouder] van 5 april 2022 met een productie;
¦ de akte uitlating van [de verkoper] van 5 april 2022;
¦ de akte uitlating na tussenarrest van RKW van 5 april 2022 met twee producties;
¦ de akte uitlating producties van RKW van 5 april 2022.
Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.
2 De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
Het hof heeft in zijn tussenarrest van 8 maart 2022 de volgende vragen aan de te benoemen deskundige aan partijen voorgelegd:
1. Wilt u een beschrijving geven van de Megaleen 150 die [de veehouder] en eventueel de door partijen ingeschakelde onderzoekslaboratoria u hebben verstrekt? In hoeverre kunt u op basis van deze folie, die zeven jaar geleden is vervaardigd, zes jaar geleden door [de veehouder] is gebruikt en inmiddels zes jaar is bewaard, valide conclusies trekken ten aanzien van de hieronder opgenomen vragen?
2. Bevat de folie gaatjes en zo ja, kunt er een beschrijving van geven? Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van deze gaatjes? Kunt u uw antwoord toelichten?
3. Kunt u aan de hand van de foto’s van de graskuil en de onderzoeksresultaten van Koch-Eurolab een uitspraak doen over de aard en oorzaak van de schimmelvorming in de graskuilen van [de veehouder] in juli/augustus 2016? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten?
4. Hoe groot acht u de kans dat dat deze schimmelinfectie ook zonder gaatjes in de folie zou zijn ontstaan? Kunt u uw antwoord toelichten?
5. Geeft het onderzoek overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen, die in verband met de beslissing van dit geschil van belang zouden kunnen zijn?
Het hof heeft partijen uitgenodigd suggesties te doen voor de aan de deskundige te stellen vragen en over de persoon en de kwalificaties van de deskundige. Partijen hebben aan die uitnodiging gevolg gegeven in hun aktes na tussenarrest. RKW heeft bovendien een akte uitlating producties genomen.
Partijen hebben suggesties gedaan voor de formulering van de vragen. [de veehouder] stelt voor dat de deskundige aangeeft als en waarom hij afwijkt van de mening van een partijdeskundige. Omdat er inmiddels de nodige, elkaar tegensprekende partijrapporten zijn uitgebracht, acht het hof dit een te zware motiveringslast voor de deskundige, ook in het licht van het verzoek van partijen de kosten te bewaken. Het hof laat het aan de deskundige over in welke mate hij wil reageren op de al uitgebrachte rapporten.
Het hof vindt het wenselijk dat de deskundige de nodige ruimte heeft bij de beantwoording van de vragen en wil daarom in de vraagstelling niet te veel in detail treden. Daarom neemt het hof de vragen die [de veehouder] in nr. 4 van haar akte niet overnemen. Het staat [de veehouder] wel vrij de deskundige tijdens het onderzoek te wijzen op aspecten die voor haar belangrijk zijn.
Het hof zal de door RKW voorgestelde toevoegingen over het feit dat aan de partijdeskundigen monsters zijn verstrekt, over de bewaaromstandigheden en over mogelijk verschillende type gaatjes overnemen in door hem gekozen bewoordingen.
De door [de verkoper] in nr. 6 van haar akte als vraag b voorgestelde toevoeging neemt het hof niet over: als vast zou komen te staan dat het folie gebrekkig is, wordt deze non-conformiteit aan [de verkoper] toegerekend, ook al kan haar daarvan geen verwijt worden gemaakt.
Unaniem stellen partijen voor de vragen 3 en 4 te schrappen, omdat de beantwoording andere expertise vereist dan die van de vragen 1 en 2. Het hof geeft gevolg aan deze wens, maar voegt wel een vraag toe aan vraag 2: “Hoe groot acht u de kans dat de schimmelinfectie is ontstaan door de gaatjes?”
Het hof gaat voorbij aan de door partijen geuite bezwaren tegen vraag 5, omdat die vraag altijd als slotvraag wordt gesteld aan een deskundige. Hoewel het niet (of hooguit bijna nooit) voorkomt dat een deskundige daarmee buiten de juridische rechtsstrijd treedt, is het de taak van partijen en het hof om ervoor te zorgen dat dit niet gebeurt en dergelijke aspecten niet worden meegenomen in de beoordeling. De door RKW voorgestelde vragen betreffende de onpartijdigheid van de deskundige neemt het hof niet over. In de eerste contacten met de deskundige vergewist het hof er zich van dat de deskundige onpartijdig is.
De vragen luiden nu als volgt (de toevoeging zijn gecursiveerd):
1. Wilt u een beschrijving geven van (foliemonsters van) de Megaleen 150 die [de veehouder] en eventueel de door partijen ingeschakelde onderzoekslaboratoria u hebben verstrekt? Is de folie dat u is gegeven van het type Megaleen 150? In hoeverre kunt u op basis van deze folie, die zeven jaar geleden is vervaardigd, zes jaar geleden door [de veehouder] is gebruikt en inmiddels zes jaar is bewaard, valide conclusies trekken ten aanzien van de hieronder opgenomen vragen? In hoeverre vormen de bewaaromstandigheden van de folie bij [de veehouder] /de onderzoekslaboratoria voor u een belemmering bij uw onderzoek en het trekken van conclusies?
2. Bevat de folie gaatjes en zo ja, kunt er een beschrijving van geven? Zijn de gaatjes van hetzelfde type of niet? Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van deze gaatjes? Maakt het daarbij verschil van welk type een gaatje is? Hoe groot acht u de kans dat de schimmelinfectie is ontstaan door de gaatjes? Kunt u uw antwoord toelichten?
3. Geeft het onderzoek overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen, die in verband met de beslissing van dit geschil van belang zouden kunnen zijn?
Het hof zal de hierna te noemen deskundige benoemen. Partijen hebben in hun e-mails van 13, 22 en 23 februari 2023 laten weten geen bezwaren te hebben tegen de persoon van de deskundige.
Het voorschot tot een bedrag van € 12.400 inclusief BTW komt ten laste van [de veehouder] . [de verkoper] en RKW hebben in hun e-mails van 13 en 23 februari 2023 laten weten geen bezwaren te hebben tegen de hoogte van het voorschot. [de veehouder] heeft in haar e-mail van 22 februari 2023 laten weten formeel geen bezwaren te hebben tegen de hoogte van het voorschot, hoewel zij de geschatte omvang van de tijdsbesteding fors vindt en ziet als bovengrens. Het hof merkt hierover op dat het gebruikelijk is om het voorschot niet te krap te begroten om te voorkomen dat het onderzoek halverwege moet worden stilgelegd omdat een aanvullend voorschot moet worden gestort. [de veehouder] kan haar wens om de bijeenkomst met de deskundige op haar bedrijf te houden, welke wens het hof begrijpelijk voorkomt, bespreken met de deskundige en de andere partijen. Het is de essentie van de opdracht aan de deskundige dat hij het door [de veehouder] van [de verkoper] in mei 2016 gekochte landbouwfolie grondig onderzoekt.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
3 De beslissing
Het hof, recht doende in hoger beroep:
benoemt tot deskundige: Prof. dr. [naam1] , [functie] , Technische Universiteit Delft , [sectie] , [afdeling] , [adres] , [kamer] , [postcode] Delft , M: [telefoonnummer] , [emailadres] ;
om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen omtrent de volgende vragen:
1. Wilt u een beschrijving geven van (foliemonsters van) de Megaleen 150 die [de veehouder] en eventueel de door partijen ingeschakelde onderzoekslaboratoria u hebben verstrekt? Is de folie dat u is gegeven van het type Megaleen 150? In hoeverre kunt u op basis van deze folie, die zeven jaar geleden is vervaardigd, zes jaar geleden door [de veehouder] is gebruikt en inmiddels zes jaar is bewaard, valide conclusies trekken ten aanzien van de hieronder opgenomen vragen? In hoeverre vormen de bewaaromstandigheden van de folie bij [de veehouder] /de onderzoekslaboratoria voor u een belemmering bij uw onderzoek en het trekken van conclusies?
2. Bevat de folie gaatjes en zo ja, kunt er een beschrijving van geven? Zijn de gaatjes van hetzelfde type of niet? Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van deze gaatjes? Maakt het daarbij verschil van welk type een gaatje is? Hoe groot acht u de kans dat de schimmelinfectie is ontstaan door de gaatjes? Kunt u uw antwoord toelichten?
3. Geeft het onderzoek overigens nog aanleiding tot het maken van opmerkingen, die in verband met de beslissing van dit geschil van belang zouden kunnen zijn?
bepaalt dat de deskundige tijdens het onderzoek partijen in de gelegenheid zal stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat daarvan uit het schriftelijk bericht zal blijken;
bepaalt dat de deskundige een concept-deskundigenbericht aan partijen zal toesturen en partijen in de gelegenheid zal stellen op dat concept te reageren alvorens een definitief bericht uit te brengen. In het definitieve deskundigenbericht zal de deskundige de reacties van partijen op het concept bespreken;
bepaalt dat [de veehouder] aan de deskundige een kopie van het volledige procesdossier ter beschikking zal stellen;
beveelt partijen om aan de deskundige alle door deze gewenste inlichtingen te verstrekken;
bepaalt dat de deskundige het ondertekende deskundigenbericht vóór 15 juli 2023 toestuurt aan de griffie van dit hof (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem);
bepaalt het voorschot van de kosten van de deskundige op € 12.400 incl. btw;
bepaalt dat [de veehouder] het voorschot dient te betalen, conform de nota met betaalinstructies die [de veehouder] zal ontvangen van het Landelijke Dienstencentrum voor de Rechtspraak;
bepaalt dat dit voorschot binnen vier weken na dagtekening van de nota van het Landelijk Dienstencentrum moet zijn voldaan;
bepaalt dat de deskundige niet met het onderzoek zal starten voordat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald;
bepaalt dat de deskundige zich - door tussenkomst van de griffie - met vragen en opmerkingen zal wenden tot mr. F.J. de Vries, die hierbij wordt benoemd tot raadsheer-commissaris;
draagt de griffier op een afschrift van dit arrest aan de deskundige te verzenden;
verwijst de zaak naar de rol van 29 augustus 2023 voor memorie na deskundigenrapport aan de zijde van [de veehouder] ;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M.S.A. van Dam en E.R. de Jong, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2023.