Civiel recht overig
Productenaansprakelijkheid. Schadebegroting. De veehouder heeft landbouwplastic gekocht waarin, zo blijkt…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 mei 2026
ECLI:NL:GHARL:2026:3336 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/civiel-recht/civiel-recht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2026-3336
Zaakgegevens
Op 26 mei 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Datum publicatie
- 27 mei 2026
- Zaaknummer
- 200.283.878
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.P Maes, mr. F.R.H Kuiper, mr. T Burgers
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2026:3336
Samenvatting
Productenaansprakelijkheid. Schadebegroting. De veehouder heeft landbouwplastic gekocht waarin, zo blijkt later, kleine gaatjes zitten. De graskuil onder het landbouwplastic is door schimmel waardeloos geworden. Na deskundigenbericht oordeelt het hof dat de gaatjes zijn ontstaan tijdens de productie van het landbouwplastic en dat er causaal verband is tussen het gebrekkige landbouwplastic en het door zuurstoftoetreding beschimmelde gras. Daardoor heeft de verkoper non-conform landbouwplastic geleverd en heeft de producent onrechtmatig gehandeld door het landbouwplastic in het verkeer te brengen. Het hof begroot de schade op concrete wijze.
zie ook: ECLI:NL:GHARL:2022:1761, ECLI:NL:GHARL:2023:1706, ECLI:NL:GHARL:2024:6515, ECLI:NL:GHARL:2025:4332, ECLI:NL:GHARL:2026:1935
Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.283.878
(zaaknummer rechtbank Overijssel C/08/228290)
beslissing van 26 mei 2026 op verzoek ex artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
in de zaak van
de maatschap
[de veehouder] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna: [de veehouder] ,
advocaat: mr. A.P. Maes,
tegen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[de verkoper] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , gemeente [gemeentenaam] ,
advocaat: mr. F.R.H. Kuiper,
2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht
RKW Hyplast N.V.,
gevestigd te Hoogstraten (België),
advocaat: mr. T. Burgers,
geïntimeerden,
in eerste aanleg: gedaagden,
hierna: [de verkoper] en RKW en tezamen RKW c.s.,
Het hof heeft in deze zaak op 31 maart 2026 arrest gewezen.
Het hof heeft kennis genomen van een verzoek van mr. Kuiper bij e-mail van 3 april 2026 namens [de verkoper] om een kennelijke schrijffout te verbeteren. Het gaat daarbij om de vermelding van de naam [de veehouder] in de eerste regel van blad 7: dat moet [de verkoper] zijn.
[de veehouder] en RKW zijn in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
Het hof is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke schrijffout die zich voor eenvoudig herstel leent en wijst het verzoek toe.
Het hof bepaalt dat waar “ [de veehouder] ” staat in de eerste regel van blad 7, dit wordt gewijzigd in “ [de verkoper] ”.
Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut.
Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Dit arrest is gewezen door mrs. F.J. de Vries, M.S.A. van Dam en B.J.H. Hofstee, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.