Penitentiair strafrecht
OM-appel. Bevestiging met aanvulling van gronden. Overweging dat het van belang is dat vóór een volgende…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 juni 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:5667 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 23 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/penitentiair-strafrecht/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2022-5667
Zaakgegevens
Op 23 juni 2022 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 23 juni 2022
- Datum publicatie
- 5 juli 2022
- Zaaknummer
- P22/119
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Penitentiair strafrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2022:5667
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
OM-appel. Bevestiging met aanvulling van gronden. Overweging dat het van belang is dat vóór een volgende verlengingsbeslissing duidelijkheid is voor de terbeschikkinggestelde over de mogelijkheden van een civielrechtelijk kader. Daarbij dient met name te worden gekeken naar de (on)mogelijkheden van een rechterlijke machtiging in de kader van de Wzd.
Uitspraak
TBS P22/119
Beslissing d.d. 23 juni 2022
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van het openbaar ministerie in de zaak tegen
[terbeschikkinggestelde] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
verblijvende bij [GGZ] (onder verantwoordelijkheid van Geestelijke Gezondheidszorg (hierna: GGZ) [locatie] ),
verder te noemen de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is door de officier van justitie ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 21 januari 2022, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar en wijziging van de voorwaarden.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de officier van justitie van 27 januari 2022;
- de appelmemorie van de officier van justitie van 31 januari 2022;
- het voortgangsverslag van GGZ [locatie] van 17 februari 2022;
- het voortgangsverslag van GGZ [locatie] van 20 mei 2022;
- de update van het verlengingsadvies van GGZ [locatie] van 25 mei 2022.
Het hof heeft ter zitting van 9 juni 2022 gehoord de advocaat-generaal mr. J.J.T.M. Pieters en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. N.A. Heidanus, advocaat te Groningen.
Overwegingen:
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft bepleit dat het hof de beslissing van de rechtbank zal bevestigen. Gelet op de proportionaliteit en subsidiariteit dient het recidiverisico steeds beter te worden onderbouwd. De terbeschikkinggestelde heeft de terbeschikkingstelling geruisloos en zonder incidenten doorlopen. De begeleiding hoeft niet meer te worden voortgezet onder de vlag van de terbeschikkingstelling. Een civiel kader is heel reëel en mogelijk. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren past niet bij deze situatie.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en tot verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren. De rechtbank heeft een dringend verzoek gedaan tot het voor de volgende verlengingszitting laten onderzoeken van de mogelijkheden van een civielrechtelijk kader in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) dan wel in de zin van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (hierna: Wzd). De externe deskundigen vinden dit echter prematuur en onverantwoord. Het huidige kader is voor de terbeschikkinggestelde op dit moment het hoogst haalbare. Zonder forensische scherpte is sprake van een hoog recidiverisico.
Het oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar, met wijziging van de voorwaarden. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd, met aanvulling van het volgende.
De rechtbank heeft overwogen dat het van belang is dat er vóór een volgende verlengingszitting duidelijkheid is voor de terbeschikkinggestelde over de mogelijkheden van een civielrechtelijk kader in de zin van de Wvggz dan wel in de zin van de Wzd. De rechtbank heeft daartoe de officier van justitie gevraagd om concreet een onderzoek hiernaar te laten plaatsvinden dat is afgerond kort voor de volgende verlengingszitting.
Uit de update van het verlengingsadvies van GGZ [locatie] van 25 mei 2022 volgt dat voor het risicomanagement voortzetting van intensieve professionele begeleiding nodig is, in een setting waar de terbeschikkinggestelde ondersteuning krijgt in verband met zijn verstandelijke beperking en waar zicht is op zijn delictdynamiek en delictfactoren.
Voor het risicomanagement zijn de verstandelijke beperking en de daaruit voortvloeiende responsiviteit van de terbeschikkinggestelde zwaarwegend. Dit dient te worden betrokken in het onderzoek naar een mogelijk geschikt civielrechtelijk kader. Gelet op de relatie tussen de verstandelijke beperking en het ernstig nadeel dat daar mogelijk uit voortvloeit, is het hof van oordeel dat met name dient te worden gekeken naar de (on)mogelijkheden van een rechterlijke machtiging in het kader van de Wzd.
Met dit onderzoek is niet gegeven dat bij de volgende verlenging positief zal worden geadviseerd over de mogelijkheid van een civielrechtelijke machtiging of dat de verlengingsrechter dit een geschikt kader zal achten.
Beslissing
Het hof:
Bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 21 januari 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. M.E. van Wees als voorzitter,
mr. W.A. Holland en mr. D. Visser als raadsheren,
en drs. C.J.J.C.M. van Gestel en drs. R.J.A. van Helvoirt als raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier,
en op 23 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.