Penitentiair strafrecht

Vernietiging. Verlenging terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar met als doel de (positieve)…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 26 oktober 2023 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over penitentiair strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
26 oktober 2023
Datum publicatie
16 november 2023
Zaaknummer
p23/0256
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2023:9691
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vernietiging. Verlenging terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar met als doel de (positieve) ontwikkelingen op een kortere termijn te kunnen toetsen. Het hof overweegt dat het wenselijk is dat er vóór een volgende verlengingszitting de (on)mogelijkheden van de afgifte van een zorgmachtiging worden bekeken en dat hiervan verslag wordt gedaan in het verlengingsadvies.

Uitspraak

TBS P23/0256

Beslissing van 26 oktober 2023

De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van

[terbeschikkinggestelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

verblijvende in [forensisch psychiatrisch centrum] te [plaats] (hierna: de kliniek),

verder te noemen de terbeschikkinggestelde.

Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 5 juni 2023. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren.

Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:

- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;

- de beslissing waarvan beroep;

- de akte van 16 juni 2023 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;

- de aanvullende informatie van de kliniek van 27 september 2023, met als bijlage de wettelijke aantekeningen over de periode van 3 januari 2023 tot en met 25 juli 2023.

Het hof heeft ter zitting van 12 oktober 2023 gehoord de advocaat-generaal, mr. A. Kooij, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. D.P. Poppe, advocaat te Kampen.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde

De raadsman heeft verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar om een vinger aan de pols te houden. Het recidiverisico is in een korte tijd sterk verminderd. De terbeschikkinggestelde heeft in zijn traject al grote stappen gezet. Er is onlangs een machtiging voor transmuraal verlof afgegeven. Bij verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar wordt voldaan aan het beginsel van subsidiariteit.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Er is sprake van een stoornis en het recidiverisico voor gelijksoortige delicten bij beëindiging van de terbeschikkingstelling wordt ingeschat als matig. De terbeschikkingstelling is gemaximeerd omdat de indexdelicten geen geweldsmisdrijven betreffen. Gelet op de relatief geringe ernst van de indexdelicten is het de vraag of een terbeschikkingstelling nog langer noodzakelijk is of dat kan worden volstaan met een minder ingrijpend alternatief. Voorafgaand aan de oplegging van de terbeschikkingstelling is ook de mogelijkheid van een zorgmachtiging onderzocht. De rechtbank heeft toen overwogen dat een zorgmachtiging niet doelmatig zou zijn en een terbeschikkingstelling met verpleging opgelegd. In de afgelopen periode is er toch sprake geweest van enige beïnvloeding van de terbeschikkinggestelde. Hij heeft in een korte periode grote stappen gezet en heeft deze stappen vlekkeloos doorlopen. De terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met een termijn van één jaar zodat op een kortere termijn dan resteert bij een verlenging met een termijn van twee jaren kan worden bekeken of een ander – minder ingrijpend – kader dan de terbeschikkingstelling mogelijk is.

Het oordeel van het hof

Vernietiging

Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de duur van de verlenging.

Indexdelicten

De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, heeft aan de terbeschikkinggestelde bij vonnis van 10 november 2020 de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd voor smaadschrift en vijfmaal belaging. De opleggingsrechter heeft bepaald dat dit geen misdrijven zijn die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit brengt mee dat de totale duur van de terbeschikkingstelling beperkt is tot vier jaren.

Stoornis en recidivegevaar

Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 29 maart 2023 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een ongespecificeerde schizofreniestoornis of andere psychotische stoornis (met waanideeën op de voorgrond). De kliniek schatte het gevaar op herhaling bij beëindiging van de terbeschikkingstelling in als hoog. In geval van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege werd het recidiverisico ingeschat als matig tot hoog. Het beperkte probleeminzicht, de rigiditeit en de volhardendheid zijn prognostisch ongunstig omdat de terbeschikkinggestelde hierdoor op dit moment beperkt ontvankelijk is voor hulp daarmee het risico op recidive groot is wanneer hij uit zorg is.

Uit de aanvullende informatie van de kliniek van 27 september 2023 volgt dat het recidiverisico in geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling inmiddels wordt ingeschat als matig.

Verlenging

Op grond van deze gegevens stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat vanwege het recidivegevaar de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de maatregel vereist.

Duur van de verlenging

De terbeschikkinggestelde heeft al grote stappen gezet. Het recidiverisico is in

een korte periode verminderd van hoog naar matig. Op 25 september 2023 is een

machtiging voor transmuraal verlof afgegeven. De terbeschikkinggestelde heeft ter zitting

verklaard dat hij komend weekend al wordt overgeplaatst naar een andere afdeling met meer

vrijheden.

Gelet op deze ontwikkelingen en de aanvullende informatie van de kliniek, is er een

zodanige positieve ontwikkeling te zien in de behandeling van de terbeschikkinggestelde dat

het hof aanleiding ziet om de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van slechts

één jaar met als doel zo de ontwikkelingen op een kortere termijn te kunnen toetsen. Een

verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar is dan ook

aangewezen.

Aan deze verlenging met één jaar mag de terbeschikkinggestelde niet de verwachting ontlenen dat na afloop van dit jaar de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zal worden beëindigd of de terbeschikkingstelling opnieuw slechts met één jaar zal worden verlengd.

Aanvullende overweging

Uit de rapportage van het Pieter Baan Centrum van 10 augustus 2020 volgt dat teneinde het recidiverisico te verlagen het van belang is dat de terbeschikkinggestelde een verplichte behandeling ondergaat, waarbij in ieder geval het innemen van antipsychotische medicatie van groot belang is. Door de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum werd beschreven dat de voorgestelde behandeling binnen het kader van een zorgmachtiging zou kunnen worden gerealiseerd. De rechtbank heeft bij de oplegging van de terbeschikkingstelling die conclusies niet gevolgd en geoordeeld dat een zorgmachtiging, die in beginsel voor een periode van zes maanden wordt opgelegd en waarbij de behandeling niet ook gericht zal zijn op het verminderen van het recidiverisico, niet het geëigende kader is. Inmiddels is de reden van de rechtbank tot het niet opleggen van een zorgmachtiging mogelijk achterhaald en niet meer van toepassing.

Het hof overweegt dat het daarom wenselijk is dat er vóór een volgende verlengingszitting de (on)mogelijkheden van de afgifte van een zorgmachtiging worden bekeken en dat hiervan verslag wordt gedaan in het verlengingsadvies.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 5 juni 2023 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde].

Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.

Aldus gedaan door

mr. M.J. Vos, voorzitter,

mr. W.A. Holland en mr. J. Steenbrink, raadsheren,

en drs. I. van Outheusden en drs. R.J.A. van Helvoirt, raden,

in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,

en op 26 oktober 2023 in het openbaar uitgesproken.

De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.