Strafprocesrecht

Wrakingsbeslissing. Schriftelijke afdoening. Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking, nu…

Zaakgegevens

Op 9 maart 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
9 maart 2026
Datum publicatie
11 maart 2026
Zaaknummer
W.200.365.638
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1503
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wrakingsbeslissing. Schriftelijke afdoening.

Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking, nu wrakingsverzoek is gericht tegen het hele college.

Eerder wrakingsverzoek ook niet-ontvankelijk (zie ECLI:NL:GHARL:2026:1210).

Uitspraak

Inhoudsopgave

Wrakingskamer

Klachtnummer: K26/210120

Wrakingsnummer: W.200.365.638

Uitspraakdatum: 9 maart 2026

Beslissing gewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door

[verzoeker] ,

wonende aan de [adres] ,

hierna te noemen verzoeker.

De procedure

Door verzoeker is bij brief van 17 februari 2026 om wraking verzocht in de beklagzaak K26/210120. Omdat dit verzoek tot wraking was gericht tegen ‘het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden’ en daarmee het hele college, heeft het hof verzoeker, met de beslissing van 26 februari 2026, niet ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.

Door verzoeker is vervolgens bij brieven van 29 februari 2026 (het hof begrijpt: 1 maart 2026) en 4 maart 2026, binnengekomen bij het hof op respectievelijk 3 en 5 maart 2026, wederom om wraking verzocht in dezelfde beklagzaak K26/210120. De wrakingskamer leest in deze brieven dat ook dit wrakingverzoek is gericht tegen ‘het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden’.

Volgens artikel 4, tweede lid onder e, van het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek is gericht tegen het hele college. Nu ook dit wrakingsverzoek in deze zaak is gericht tegen ‘het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden’ oordeelt de wrakingskamer dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot wraking.

Op grond van het hiervoor overwogene komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van ook dit verzoek niet toe en kan worden volstaan met een schriftelijke afdoening van het verzoek.

BESLISSING

Het hof (wrakingskamer):

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.Aldus gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. R. Feunekes en mr. R. den Ouden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 9 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. R. Feunekes en mr. R. den Ouden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.