Strafrecht overig

Wrakingsbeslissing. Schriftelijke afdoening. Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking, nu…

Zaakgegevens

Op 26 februari 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
26 februari 2026
Datum publicatie
2 maart 2026
Zaaknummer
w.200.365.257
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2026:1210
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Wrakingsbeslissing. Schriftelijke afdoening.

Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking, nu wrakingsverzoek is gericht tegen het hele college.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Wrakingskamer

Klachtnummer: K26/210120

Wrakingsnummer: W.200.365.257

Uitspraakdatum: 26 februari 2026

Beslissing gewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door

[verzoeker] ,

wonende aan de [adres] ,

hierna te noemen verzoeker.

De procedure

Door verzoeker is bij brief van 17 februari 2026, binnengekomen bij het hof op 18 februari 2026, om wraking verzocht in de beklagzaak K26/210120. De wrakingskamer leest in de brief dat het wrakingverzoek is gericht tegen ‘het Gerechtshof in de artikel 12 procedure’.

Volgens artikel 4, tweede lid onder e, van het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan de wrakingskamer het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek is gericht tegen het hele college. Nu het wrakingsverzoek in deze zaak is gericht tegen ‘het Gerechtshof in de artikel 12 procedure’ oordeelt de wrakingskamer dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot wraking.

Op grond van het hiervoor overwogene komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe en kan worden volstaan met een schriftelijke afdoening van het verzoek.

BESLISSING

Het hof (wrakingskamer):

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.Aldus gewezen door

mr. A. van Maanen, voorzitter,

mr. R. Feunekes en mr. R. den Ouden, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 26 februari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. R. Feunekes en mr. R. den Ouden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.