Strafrecht overig

Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk. Verzoek is ingediend nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak…

Rechtbank Rotterdam, 15 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
C/10/727402 / HA RK 26-982
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:14949
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk. Verzoek is ingediend nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: C/10/727402 / HA RK 26-982

Beslissing van 15 oktober 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: verzoeker,

strekkende tot de wraking van

mr. M.P. van Eeden-van Harskamp,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 De procedure

1.1.

Verzoeker heeft op 29 september 2026 een wrakingsverzoek gedaan. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de civielrechtelijke zaak met rekestnummer NL:TZ:2615351:R-RK - NL:TZ:2615454:R-RK. De hoofdzaak betreft een geschil over een schuldregeling tussen verzoeker als schuldeiser en [naam] als schuldenaar. De wrakingskamer heeft toegang gekregen tot het dossier van de hoofdzaak.

1.2.

Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit:

  • het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker van 29 september 2026;

  • het vonnis in de hoofdzaak van 4 september 2026.

2 De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.

Wraking is een middel om de onpartijdigheid van de rechter te verzekeren. Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is toegekend aan een partij die wil voorkomen dat een rechter (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd.

2.2.

Op 4 september 2026 heeft de rechter in de hoofdzaak vonnis gewezen. Dat vonnis is een eindbeslissing waarmee de behandeling van de hoofdzaak door de rechter is geëindigd.

2.3.

Het wrakingsverzoek is op 29 september 2026 door de wrakingskamer ontvangen. Dat is dus nadat de rechter in de hoofdzaak een einduitspraak heeft gedaan. Hieruit volgt dat de rechter de hoofdzaak niet meer behandelde op het moment dat het wrakingsverzoek is gedaan. Dat verzoeker nog geen afschrift van het vonnis had ontvangen, maakt niet dat de rechter de zaak nog behandelde; de afgifte van vonnissen geschiedt immers door de griffie. De verzoeker is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter en mondelinge behandeling van het verzoek blijft op grond van artikel 39, lid 3, Rv achterwege.

3 De beslissing

De wrakingskamer:

3.1.

verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking van de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mr. J. van den Bos, voorzitter, mr. J.F. Koekebakker en

mr. C. Sikkel, rechters, en in aanwezigheid van mr. N. Jallal, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2026. Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door mr. J.F. Koekebakker en de griffier ondertekend.

de griffier de oudste rechter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.