Strafrecht overig
Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft…
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 juli 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:6177 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2016-6177
Zaakgegevens
Op 28 juli 2016 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 28 juli 2016
- Datum publicatie
- 28 juli 2016
- Zaaknummer
- 21-005265-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2016:6177
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden, de opgelegde straf en de beslissing ten aanzien van de benadeelde partij te worden bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde bijkomende straf, inhoudende dat veroordeelde gedurende vijf jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen. Deze bijkomende straf zal het hof niet aan verdachte opleggen.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005265-15
Uitspraak d.d.: 28 juli 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 10 september 2015 met parketnummer 18-830368-14 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
wonende te [woonplaats]
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 14 juli 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling ter zake het primair aan verdachte tenlastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren en met als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact, een ambulante behandeling bij AFP Noord en een ambulante behandeling bij Verslavingszorg Noord Nederland. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 5689,--, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. G.W. van der Zee, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren. Aan de voorwaardelijke straf heeft de rechtbank de bijzondere voorwaarden gekoppeld van - samengevat - reclasseringstoezicht, behandeling in verband met het seksuele delict bij de ambulante Forensische Psychiatrie Noord of soortgelijke ambulante forensische instelling en behandeling voor de alcoholproblematiek bij Verslavingszorg Noord Nederland of soortgelijke instelling.
Daarnaast heeft de rechtbank bepaalt dat verdachte gedurende 5 jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot het bedrag van € 2.560,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
1 december 2013 en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Het overige deel van de vordering van de benadeelde partij is afgewezen.
Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom dient het vonnis waarvan beroep met overneming van die gronden, de opgelegde straf en de beslissing ten aanzien van de benadeelde partij te worden bevestigd, behalve voor zover het betreft de aan de verdachte opgelegde bijkomende straf, inhoudende dat veroordeelde gedurende vijf jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen.
Deze bijkomende straf zal het hof niet aan verdachte opleggen.
Gezien het vorenstaande zal het vonnis waarvan beroep op dat onderdeel worden vernietigd en zal in zoverre opnieuw worden rechtgedaan.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 245 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de bijkomende straf, inhoudende dat veroordeelde gedurende vijf jaren wordt ontzet uit het recht om het beroep van PGB-begeleider en/of hulpverlener van minderjarigen uit te oefenen en doet in zoverre opnieuw recht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep - zoals hiervoor overwogen - voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. O. Anjewierden, voorzitter,
mr. A.J. Rietveld en mr. A. van Holten, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,
en op 28 juli 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A. van Holten is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.