Strafrecht overig
Vrijspraak ten aanzien van mishandeling, begaan tegen echtgenote.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 november 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:9136 · Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-arnhem-leeuwarden/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-gharl-2020-9136
Zaakgegevens
Op 6 november 2020 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 6 november 2020
- Datum publicatie
- 6 november 2020
- Zaaknummer
- 21-000200-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHARL:2020:9136
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak ten aanzien van mishandeling, begaan tegen echtgenote.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000200-18
Uitspraak d.d.: 6 november 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 27 december 2017 met parketnummer 16-183987-17 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 23 oktober 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een geldboete van € 750,00, subsidiair 15 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, omgerekend naar € 150,00 aftrek. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.C.G. Meijer, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Verdachte is bij voornoemd vonnis, ter zake van het tenlastegelegde, bij verstek veroordeeld tot een taakstraf van zestig uren, subsidiair dertig dagen vervangende hechtenis, waarvan dertig uren, subsidiair vijftien dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 10 augustus 2017 tot en met 11 augustus 2017 te [plaats] , althans in het arrondissement Midden-Nederland, zijn echtgenote, [benadeelde partij] , heeft mishandeld door die [benadeelde partij] :
- één of meermalen bij de keel/hals te pakken en/of
- ( vervolgens) (met kracht) die keel/hals dicht te drukken en/of dichtgedrukt te houden.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Aangeefster heeft bij de politie verklaard dat verdachte haar met kracht bij haar keel heeft gegrepen en vervolgens met kracht haar keel heeft dichtgeknepen. Aangeefster werd ineens slap en kon haar benen niet meer bewegen. Hierdoor is zij op de grond gevallen. De verdachte heeft de beweerdelijke geweldshandelingen ontkend.
Gelet op de ontkennende verklaring van de verdachte is voor een bewezenverklaring van de hiervoor door aangeefster omschreven mishandeling vereist dat haar verklaring in voldoende mate steun vindt in overige bewijsmiddelen. Naar het oordeel van het hof is uit het dossier weliswaar te destilleren dat het in de tenlastegelegde periode herhaaldelijk tot een verbaal dan wel fysiek treffen tussen aangeefster en verdachte is gekomen, maar bevat het onvoldoende bewijsmiddelen om te kunnen komen tot het wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de tenlastegelegde geweldshandelingen heeft begaan. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat het dossier onduidelijkheid oproept aangaande aard c.q. oorzaak van de in de hals van aangeefster al dan niet aangetroffen ‘vlekken’ en dat bij medisch onderzoek geen hematomen werden vastgesteld.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. F. van der Maden en mr. F.A. Hartsuiker, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,
en op 6 november 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. F.A. Hartsuiker is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.