Strafrecht overig

Wrakingsbeslissing. Schriftelijke afdoening. Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking. Niet gesteld…

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 februari 2025

Zaakgegevens

Op 4 februari 2025 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
4 februari 2025
Datum publicatie
15 juli 2025
Zaaknummer
W.200.350.560 / K24/210877
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:4355
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wrakingsbeslissing. Schriftelijke afdoening.

Verzoeker niet-ontvankelijk in verzoek tot wraking. Niet gesteld kan worden dat het wrakingsverzoek is gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan hem bekend zijn geworden.

Uitspraak

Wrakingskamer

Klachtnummer: K24/210877

Wrakingsnummer: W.200.350.560

Uitspraakdatum: 4 februari 2025

Beslissing gewezen op het verzoek als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door

[verdachte] ,

wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,

hierna te noemen verzoeker.

De procedure

Bij e-mailbericht van 18 januari 2025, nader toegelicht bij e-mailberichten van

23 en 27 januari 2025, heeft verzoeker de wraking verzocht van de voorzitter van de beklagkamer, mr. S. Bek.

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 513, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan verzoeker bekend zijn geworden.

Desgevraagd heeft verzoeker bij e-mailbericht van 27 januari 2025 het wrakingsverzoek toegelicht en aangegeven dat het verzoek ziet op een e-mailbericht van mr. Bek aan hem uit 2023 om de beklagzaak van verzoeker niet voor te leggen aan de Hoge Raad.

De wrakingskamer is van oordeel dat niet gesteld kan worden dat het wrakingsverzoek is gedaan zodra de feiten of omstandigheden waardoor volgens verzoeker de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan hem bekend zijn geworden. Het

e-mailbericht waar het wrakingsverzoek op ziet dateert immers van 2023 en het wrakingsverzoek is pas op 18 januari 2025 ingediend. Verzoeker is om die reden nietontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. S. Bek.

Op grond van het hiervoor overwogene komt de wrakingskamer aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek niet toe en kan worden volstaan met een schriftelijke afdoening van het verzoek.

BESLISSING

Het hof (wrakingskamer):

Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.

Aldus gewezen door

mr. N.C. van Lookeren-Campagne, voorzitter,

mr. J. Sap en mr. A.E. Keulemans, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,

en op 4 februari 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.