Strafrecht overig

gepubliceerd naar aanleiding arrest HR

Zaakgegevens

Op 30 april 2021 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
30 april 2021
Datum publicatie
12 oktober 2022
Zaaknummer
2200493919
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2021:2880
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

gepubliceerd naar aanleiding arrest HR

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 30 april 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2021:2880

  2. Conclusie A-G · 28 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:620
  3. Hoge Raad · 27 september 2022

    ECLI:NL:HR:2022:1202

Uitspraak

Inhoudsopgave
[afbeelding niet beschikbaar]

Gerechtshof Den Haag

enkelvoudige kamer voor strafzaken

Rolnummer: 22-004939-19

Parketnummer: 96-152528-19

TEGENSPRAAK

Uitspraak van mr. A.J.M. Kaptein van 30 april 2021 in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboortestad] (Nederlandse Antillen),

BRP-adres: [adres verdachte].

Kwalificatie

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (765 microgram).

Pleegdatum en pleegplaats:

gepleegd op 27 juni 2019 te Rotterdam.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

mr. A.J.M. Kaptein