Strafrecht overig

Raadkamerbeslissing: advocaat niet verschenen, maar wel een schriftelijk standpunt ingediend. Schriftelijk…

Gerechtshof Den Haag, 21 april 2022

Zaakgegevens

Op 21 april 2022 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
21 april 2022
Datum publicatie
24 november 2022
Zaaknummer
2200066222
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2022:2350
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Raadkamerbeslissing: advocaat niet verschenen, maar wel een schriftelijk standpunt ingediend. Schriftelijk standpunt wordt niet behandeld gelet op het tijdstip.

Uitspraak

datum beschikking: 21 april 2022

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

Gezien de vordering van de advocaat-generaal van 7 april 2022 tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding met een termijn van honderdtwintig dagen in de zaak van:

X

geboren op [geboren op] te [geboortestad],

thans gedetineerd in PI Midden Holland te Alphen aan den Rijn.

Procesgang

Het bevel tot gevangenhouding is, gelet op het vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2022, ingevolge artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 30 april 2022

In het dossier bevindt zich een schriftelijke verklaring van de verdachte waaruit blijkt dat hij niet in raadkamer wenst te worden gehoord.

De advocaat van de verdachte [advocaat] heeft op 20 april 2022 telefonisch aan de griffier gemeld niet in raadkamer te zullen verschijnen. De advocaat heeft vervolgens op 21 april 2022 – onaangekondigd - om 09.18 uur aan het hof een schriftelijk standpunt verstuurd met het oog op de behandeling in raadkamer. Het hof heeft geen acht geslagen op dit bericht van de raadsman, dat weliswaar door de raadsman klaarblijkelijk om 09.18 uur is verzonden, terwijl de behandeling in raadkamer om 09.45 uur stond geappointeerd, maar waarvan de raadkamer – welke om 09.00 uur, zoals de raadsman bekend is – met de achtereenvolgende behandeling van zaken is aangevangen – in redelijkheid geen tijdige kennis meer kon nemen.

Beslissing

Het hof:

Gelet op het bepaalde in de artikelen 66, 66 lid 2, 67, 67a, 75 en 78 van het Wetboek van Strafvordering;

Verlengt de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van HONDERDTWINTIG DAGEN en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in PI Midden Holland te Alphen aan den Rijn of enig ander huis van bewaring hier te lande.

Deze beschikking is gegeven op 21 april 2022 door

mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,

mr. R.F. de Knoop en mr. W.B.M. Tomesen, leden,

in bijzijn van mr. D.D.A. Hoyinck, griffier.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.

………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………

De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.

Den Haag, 21 april 2022

de advocaat-generaal

Gezien door de directeur van PI Midden Holland te Alphen aan den Rijn op