Strafrecht overig
De verdachte heeft een forse hoeveelheid XTC-pillen in zijn auto vervoerd. Hij heeft daarmee een bijdrage…
ECLI:NL:GHDHA:2023:2973 · Gerechtshof Den Haag · 8 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2023-2973
Zaakgegevens
Op 8 december 2023 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 december 2023
- Datum publicatie
- 2 juli 2025
- Zaaknummer
- 22-003238-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2973
Samenvatting
De verdachte heeft een forse hoeveelheid XTC-pillen in zijn auto vervoerd. Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Hij heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 8 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2023:2973
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 april 2026
ECLI:NL:PHR:2026:359Hoge Raad · 16 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:874
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-003238-22
Parketnummer: 09-169911-19
Datum uitspraak: 8 december 2023
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 november 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 14 juli 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 10.285 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of MDEA en/of N-ethylMDA en/of amfetamine, te weten zogeheten XTC-pillen, zijnde MDA en MDMA en MDEA en N-ethylMDA en amfetamine, (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Rechtmatigheidsverweer
De verdediging heeft zich – net als in eerste aanleg – ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de aanhouding van de verdachte en de doorzoeking van zijn auto onrechtmatig waren, omdat er geen redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit was. Vanwege deze vormverzuimen dienen volgens de verdediging de in de auto van de verdachte aangetroffen voorwerpen van het bewijs te worden uitgesloten.
In navolging van de rechtbank overweegt het hof als volgt.
Uit het dossier volgt dat op 14 juli 2019 omstreeks 16:02 uur naar de meldkamer van de politie is gebeld dat de melder en een ander waren bedreigd met een mitrailleur en beroofd door drie jongens die rijden in een witte Polo GTI uit 2019. De witte Polo is weggereden richting de Escamplaan in Den Haag, aldus de melder. De politie is op de melding afgegaan en richting de Apeldoornselaan gereden waar de slachtoffers zich zouden bevinden. Ter
hoogte van de Torenstraat werden de politieagenten door een witte Volkswagen Polo GTI gepasseerd. Gezien het tijdstip van de melding, het specifieke model dat overeenkwam met de melding, en de locatie waar de Polo reed, achtten de politieagenten het aannemelijk dat
dit de auto van de melding betrof. Zij zijn de auto gevolgd, hebben een stopteken gegeven en de bestuurder, zijnde de verdachte, aangehouden. Vervolgens hebben de politieagenten de ‘uitpraatprocedure’ verder vervolgd om zeker te zijn dat zich verder niemand in de auto bevond. Daartoe heeft een van de politieagenten de achterdeur van de bijrijderszijde geopend waarbij hij een Jumbo bigshopper zag met daarin, direct zichtbaar, diverse gesealde zakken met gekleurde pillen.
Het hof is van oordeel dat bovengenoemde feiten en omstandigheden een toereikende grondslag vormen voor het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld dat de
verdachte zich schuldig had gemaakt aan bedreiging met een vuurwapen en beroving. De daaropvolgende aanhouding van de verdachte en het openen van de achterdeur van de auto ter controle op overige inzittenden was dan ook niet onrechtmatig. Overigens was na het aantreffen van de bigshopper met daarin zichtbaar zakken met pillen een nadere doorzoeking van het voertuig ook rechtmatig gelet op een daardoor ontstaan redelijk vermoeden van schuld ter zake overtreding van de Opiumwet.
Nu geen sprake is van een vormverzuim in het vooronderzoek in de zin van artikel 359a van
het Wetboek van Strafvordering verwerpt het hof het verweer.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 14 juli 2019 te 's-Gravenhage opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 10.285 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA en/of MDEA en/of N-ethylMDA en/of amfetamine, te weten zogeheten XTC-pillen, zijnde MDA en MDMA en MDEA en N-ethylMDA en amfetamine, (een) middel(len) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De raadsvrouw heeft - kort gezegd - betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, nu hij zich niet ervan bewust was dat zich in zijn auto verdovende middelen bevonden. Zij heeft dit nader onderbouwd in haar pleitnota.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De verdachte reed op 14 juli 2019 in Den Haag als bestuurder in een Volkswagen Polo. Nadat de verdachte was staande gehouden, heeft de politie op de achterbank van de auto achter de bijrijdersstoel een gele bigshopper aangetroffen met daarin direct zichtbaar zakken met pillen. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de bigshopper gezien moet hebben, indien deze op de achterbank achter de bijrijdersstoel zou hebben gestaan.
Inspecteur [inspecteur] heeft in een ambtsedig proces-verbaal verklaard dat de tas op de achterbank stond en dat hij meteen een foto van de tas heeft gemaakt. De tas stond toen op de locatie zoals afgebeeld op de foto. De foto bevindt zich op pagina 44 van het politiedossier en op die foto is te zien dat de bigshopper op de achterbank achter de bijrijdersstoel staat. De bigshopper met daarin de pillen bevond zich dus op een plek waarvan de verdachte zelf zegt dat hij hem dan gezien moet hebben.
De verklaring van de verdachte, inhoudende dat de tas daar niet stond toen hij als bestuurder in de auto reed, legt het hof - gelet op het ambtsedige proces-verbaal van inspecteur [inspecteur] - als ongeloofwaardig ter zijde.
De verdachte was eigenaar en bestuurder van de auto, en de aangetroffen pillen bevonden zich dan ook in zijn machtssfeer. De pillen zijn onderzocht door het NFI en gebleken is dat het om zogenaamde XTC-pillen ging die MDMA bevatten.
Uit de genoemde feiten in onderlinge samenhang bezien, leidt het hof af dat het onaannemelijk is dat de verdachte niets van de aanwezigheid van de bigshopper met de verdovende middelen in zijn auto wist, en dat hij wetenschap moet hebben gehad van de aanwezigheid van de verdovende middelen die in zijn auto zijn aangetroffen. Het verweer wordt verworpen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft een forse hoeveelheid XTC-pillen in zijn auto vervoerd, zoals in de bewezenverklaring nader omschreven. Hij heeft daarmee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Door harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Feiten als deze brengen bovendien onrust voor de samenleving met zich mee en zijn maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Ten slotte leiden drugs veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 november 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een soortgelijk strafbaar feit.
Het hof acht de eis van de advocaat-generaal, om de verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden (met aftrek van voorarrest), in beginsel een redelijk en geboden reactie op het onderhavige feit. Echter, gelet moet worden op de ouderdom van het feit en de persoonlijke omstandigheden zoals ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Zo heeft de verdachte een onderneming waarmee hij goed verdient, een koopwoning en een jong gezin.
Het hof is, alles afwegende, van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur, een geheel onvoorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte en een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur tezamen een geboden reactie vormen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte, waarover hij ter terechtzitting in hoger beroep nader heeft verklaard.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
10 (tien) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van
€ 30.000,00 (dertigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 185 (honderdvijfentachtig) dagen hechtenis.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.
Gelast de teruggave aan de verdachte als beslagene van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. telefoon (zwarte Apple iPhone)
1. horloge (Apple)
Dit arrest is gewezen door mr. W.M. Limborgh,
mr. G. Knobbout en mr. G.C. Haverkate, in bijzijn van de griffier mr. K. Roos.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 december 2023.