Strafrecht overig
Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Gepubliceerd naar aanleiding van het…
Gerechtshof Den Haag, 1 november 2024
ECLI:NL:GHDHA:2024:2953 · Gerechtshof Den Haag · 1 november 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2024-2953
Zaakgegevens
Op 1 november 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 november 2024
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 22-002512-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2953
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 1 november 2024deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2024:2953
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 april 2026
ECLI:NL:PHR:2026:403Hoge Raad · 30 juni 2026
ECLI:NL:HR:2026:1115
Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken
Rolnummer: 22-002512-22
Parketnummers: 96-132623-21 en 10-710120-20 (TUL)
TEGENSPRAAK
Uitspraak van mr. W.J. van Boven van 1 november 2024 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [achternaam verdachte] ,
voornamen: [voornaam verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] te [woonplaats] .
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Vordering tenuitvoerlegging
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 januari 2021 onder parketnummer 10-710120-20 is de verdachte veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen, met bevel dat die jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat die vordering wordt afgewezen.
In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers het in de onderhavige strafzaak bewezenverklaarde feit begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.
Naar het oordeel van het hof zijn er echter geen termen aanwezig voor toewijzing van die vordering. Het hof is van oordeel dat de feiten waarvoor de verdachte in bovengenoemde strafzaak is veroordeeld, in een te ver verwijderd verband staan met het feit dat thans aan het hof voorligt. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
Pleegdatum en pleegplaats
Gepleegd op 17 mei 2021 te Rotterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot hechtenis voor de duur van 10 (tien) dagen.
Wijst af de vordering van de officier van justitie van het arrondissementsparket Rotterdam van 27 mei 2022, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 januari 2021, parketnummer 10-710120-20, voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor duur van 30 dagen.
mr. W.J. van Boven