Belastingrecht
Gerechtshof Leeuwarden · Eerste aanleg - enkelvoudig · Belastingrecht
Gerechtshof Leeuwarden, 18 januari 2002
ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8384 · Gerechtshof Leeuwarden · 18 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-leeuwarden/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-ghlee-2002-ad8384
Zaakgegevens
Op 18 januari 2002 heeft het Gerechtshof Leeuwarden in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Gerechtshof LeeuwardenGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- BK 598/01
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8384
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Uitspraak
BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UITSPRAAK
Nr. 598/01 18 januari 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden, eerste enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de uitspraak van de tweede enkelvoudige belastingkamer van 31 augustus 2001.
De belastingkamer heeft voormelde uitspraak gedaan op het door belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela (hierna: b. en w.), gedaan op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de te zijn aanzien genomen beschikking als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken.
Ingevolge de artikelen 22j en 26, eerste lid en 26c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto artikel 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van b. en w., binnen zes weken na de dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij de rechter tot wiens rechtsgebied de standplaats van b. en w. behoort.
Vaststaat dat de uitspraak van b. en w. is gedagtekend 6 juli 2001 en het beroepschrift ter post is bezorgd op 21 augustus 2001, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van die uitspraak.
Op grond van die omstandigheid is belanghebbende bij voormelde uitspraak niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzetschrift dat is ingekomen op 22 augustus 2001.
Belanghebbende heeft niet gevraagd om over zijn verzet te worden gehoord, terwijl het hof geen aanleiding heeft gevonden hem uit eigen beweging te horen.
Belanghebbende stelt in zijn verzetschrift dat hij zijn beroepschrift op donderdag 16 augustus 2001 ter post heeft bezorgd.
Het hof is van oordeel dat, nu belanghebbende stelt dat hij het beroepschrift op 16 augustus 2001 ter post heeft bezorgd, en dit beroepschrift bij het hof is ingekomen binnen 1 week na het einde van de beroepstermijn, zijnde 17 augustus 2001, er van uit mag worden gegaan dat belanghebbende zijn beroepschrift tijdig ter post heeft bezorgd.
Op grond van het vorenstaande dient als volgt te worden beslist:
Het hof verklaart het verzet gegrond.
Gedaan op 18 januari 2002 door prof. mr. Aardema, vice-president, lid van de eerste enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van de griffier Lorist en ondertekend door voornoemde vice-president en door voornoemde griffier.
Op 23 januari 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan beide
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.