Personen- en familierecht
Curatele; niet-ontvankelijkheid; artikel 1:385 lid 1sub d BW; artikel 798 lid 2 Rv
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 juli 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:3015 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2013-3015
Zaakgegevens
Op 11 juli 2013 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 11 juli 2013
- Datum publicatie
- 11 juli 2013
- Zaaknummer
- HV 200.123.955/01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- voorheen mr. S.A.A.Chr. van Gassen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2013:3015
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Curatele; niet-ontvankelijkheid; artikel 1:385 lid 1sub d BW; artikel 798 lid 2 Rv
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak: 11 juli 2013
Zaaknummer: HV 200.123.955/01
Zaaknummer eerste aanleg: 243158 / 12-3665
in de zaak in hoger beroep van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: voorheen mr. S.A.A.Chr. van Gassen, thans mr. H.C. Lenaerts.
Belanghebbenden in deze zaak zijn:
[belanghebbende sub 1.],
hierna te noemen: [belanghebbende sub 1.]
en
mr. B. Kwakkenbos,
kantoorhoudende te Kloetinge, gemeente Goes,
hierna ook te noemen: de curator.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Middelburg, sector kanton, locatie Middelburg, van 13 december 2012.
2 Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 maart 2013, heeft [appellante] verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende ambtshalve over te gaan tot ontslag van de curator en [appellante] te benoemen tot (nieuwe) curator.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 juni 2013. Bij die gelegenheid is de curator gehoord.
[appellante] en haar advocaat zijn, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 16 november 2012.
3. De beoordeling
Bij beschikking van 16 maart 2005 is [belanghebbende sub 1.], geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats], Kreta, Griekenland, onder curatele gesteld, met benoeming van [appellante] tot curator.
Bij beschikking van 10 juni 2010 van de rechtbank Middelburg, sector kanton, bekrachtigd bij beschikking van dit hof van 29 november 2011, is [appellante] ontslagen als curator en mr. Kwakkenbos benoemd tot tijdelijk curator. Bij beschikking van 23 december 2011 heeft de kantonrechter verstaan dat mr. Kwakkenbos de curatele thans uitvoert in zijn hoedanigheid van werknemer van [Bewindvoeringen] Bewindvoeringen B.V.
Op 31 augustus 2012 heeft [appellante] een verzoek tot ontslag van curator mr. Kwakkenbos ingediend. Op 9 oktober 2012 heeft zij vervolgens verzocht om haar tot curator te benoemen.
Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking, heeft de rechtbank [appellante] niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken.
[appellante] kan zich met deze beslissing niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
Voor zover [appellante] stelt dat zij in hoger beroep komt tegen de niet-ontvankelijkheidverklaring door de kantonrechter is het hof van oordeel dat [appellante] dit hoger beroep niet met grieven heeft onderbouwd zodat haar verzoek in hoger beroep voor zover dit de ontvankelijkheid betreft zal worden afgewezen. [appellante] grieft verder tegen het oordeel van de rechtbank dat de curator zijn taak op de juiste wijze uitvoert en er daarom geen aanleiding is om tot ambtshalve ontslag over te gaan.
Het hof overweegt het volgende.
Op grond van artikel 1:385 lid 1 aanhef en onder d van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de curator te alle tijden wegens gewichtige redenen op eigen verzoek, op verzoek van de uit hoofde van verkwisting of gewoonte van drankmisbruik onder curatele gestelde, op verzoek van het openbaar ministerie of ambtshalve door de kantonrechter worden ontslagen. Weliswaar wordt op grond van artikel 798 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in zaken van curatele ook de echtgenoot van degene die onder curatele is gesteld als belanghebbende aangemerkt doch wat ook zij van de vraag wat verstaan moet worden onder zaken van curatele, op grond van artikel 1:385 lid 1 aanhef en onder d BW, behoort [appellante] als echtgenote niet tot de personen die bevoegd zijn een verzoek tot ontslag van de curator in te dienen.
Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat voor zover [appellante] in beroep komt tegen de beslissing van de kantonrechter dat er geen aanleiding is om tot ambtshalve ontslag van de curator over te gaan, [appellante] evenmin behoort tot de personen voor wie beroep openstaat tegen de beschikking voor zover de kantonrechter van een ambtshalve ontslag heeft afgezien.
Dit impliceert dat het hof [appellante] in haar verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk zal verklaren.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart [appellante] in haar verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. E.L. Schaafsma-Beversluis, P.C.G. Brants en H.M.A.W. Erven en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2013.