Personen- en familierecht

Partneralimentatie Verdeling

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 augustus 2021

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
5 augustus 2021
Datum publicatie
5 augustus 2021
Zaaknummer
200.294.085/02 en 200.294.086_02
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. P.R Klaver, mr. C.J.H.E. Jeurissen
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:2503
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Partneralimentatie

Verdeling

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 augustus 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2503

  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 augustus 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2648
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 februari 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:579

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 5 augustus 2021

Zaaknummers: 200.294.085/02 (voorlopige voorzieningen) en 200.294.086/02 (schorsing)

Zaaknummers eerste aanleg: C/02/371808 / FA RK 20-2282 (echtscheiding)

C/02/379387 / FA RK 20-6201 (verdeling)

in de zaak in hoger beroep van:

[de vrouw] ,

wonende te

[woonplaats],

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. P.R. Klaver,

tegen

[de man] ,

wonende te

[woonplaats],

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. C.J.H.E. Jeurissen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 17 februari 2021.

2 Het geding in hoger beroep

De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.

De vrouw heeft bij beroepschrift tevens om meerdere provisionele voorzieningen ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verzocht.

De vrouw heeft in dat kader het hof verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen met betrekking tot de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie en omtrent het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel (zaaknummer 200.294.085/02).

De vrouw heeft voorts bij wege van provisionele voorziening verzocht de uitvoerbaar-verklaring bij voorraad van de bestreden beschikking te schorsen, voor wat betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap inclusief de bankrekeningen en dan een zodanige schorsing dat de derdenbeslagen gehandhaafd blijven bij de ABN AMRO, op de wijze zoals in het beroepschrift is verzocht (zaaknummer 200.294.086/02).

Bij V8-formulier met bijlage van 28 juni 2021 heeft de advocaat van de vrouw genoemde provisionele voorzieningen ingetrokken (zaaknummers 200.294.085/02 en 200.294.086/02).

Bij V4-formulier van 13 juli 2021 heeft de advocaat van de vrouw de intrekking van de provisionele voorzieningen nogmaals bevestigd.

Bij V8-formulier van 19 juli 2021 heeft de advocaat van de man het hof bericht dat de man

instemt met de intrekking van de provisionele voorzieningen.

3 De beoordeling

Het hof maakt uit voormelde berichten op dat de door de vrouw verzochte provisionele voorzieningen (zaaknummer 200.294.085/02) alsmede het schorsingsverzoek ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap (zaaknummer 200.294.086/02) niet langer worden gehandhaafd. Dit brengt met zich dat de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoeken.

4 De beslissing

Het hof:

de zaak bekend onder zaaknummer 200.294.085/02:

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoeken tot het treffen van een provisionele voorziening ex artikel 223 Rv met betrekking tot de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie en omtrent het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel.

de zaak bekend onder zaaknummer 200.294.086/02:

verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het verzoek tot schorsing van de werking van de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 17 februari 2021, voor wat betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap inclusief de bankrekeningen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, E.P. de Beij en C.L.M. Smeets en is op 5 augustus 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier