Personen- en familierecht
Partneralimentatie Verdeling
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 augustus 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:2648 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 augustus 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/civiel-recht/personen-en-familierecht/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2021-2648
Zaakgegevens
Op 26 augustus 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2021
- Datum publicatie
- 26 augustus 2021
- Zaaknummer
- 200.294.085_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.R Klaver, mr. C.J.H.E. Jeurissen
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2021:2648
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Partneralimentatie
Verdeling
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 augustus 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:2503Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 augustus 2021deze uitspraak
ECLI:NL:GHSHE:2021:2648
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 februari 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:579
Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 26 augustus 2021
Zaaknummer: 200.294.085/01
Zaaknummer eerste aanleg: C/02/371808 / FA RK 20-2282
in de zaak in hoger beroep van:
[de vrouw] ,
wonende te
[woonplaats],
verzoekster in principaal hoger beroep,
verweerster in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat: mr. P.R. Klaver,
tegen
[de man] ,
wonende te
[woonplaats],
verweerder in principaal hoger beroep,
verzoeker in incidenteel hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. C.J.H.E. Jeurissen.
1 Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 17 februari 2021.
2 Het geding in hoger beroep
De vrouw is op 7 mei 2021 in hoger beroep gekomen tegen voormelde beschikking.
De vrouw heeft “vol appel” ingesteld tegen de bestreden beschikking, aangezien zij in grief 1 aanvoert dat de rechtbank ten onrechte de echtscheiding tussen partijen heeft uitgesproken.
De man heeft op 12 juli 2021 een verweerschrift tevens houdende een incidenteel hoger beroep ingediend.
Bij V8-formulier met bijlage van 30 juli 2021 heeft de vrouw grief 1 gericht tegen echtscheiding ingetrokken.
Bij V8-formulier van 4 augustus 2021 heeft de man het hof bericht dat hij akkoord gaat met de intrekking van de grief tegen de echtscheiding.
3 De beoordeling
Het hof maakt uit voormelde berichten op dat door de vrouw het hoger beroep tegen de echtscheiding niet wordt gehandhaafd en zij zich niet langer verzet tegen de door de rechtbank tussen partijen uitgesproken echtscheiding.
Dit brengt met zich dat de vrouw niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek in hoger beroep, alleen voor zover zij daarbij heeft verzocht om het verzoek van de man tot echtscheiding alsnog af te wijzen (punt I van het petitum van het beroepschrift).
Nu niet langer sprake is van een “vol appel” kan bij de griffie van het hof een akte van non-appèl worden opgevraagd, waarna de echtscheiding kan worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
4 De beslissing
Het hof:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het verzoek in hoger beroep, alleen voor zover dit verzoek, zoals weergegeven in punt I van het petitum van het beroepschrift, is gericht tegen de door de rechtbank tussen partijen uitgesproken echtscheiding.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.D.M. Lamers, E.P. de Beij en C.L.M. Smeets en is in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2021 door mr. H. van Winkel in tegenwoordigheid van de griffier.