Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Hoger beroep · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 september 2023

Zaakgegevens

Op 14 september 2023 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14 september 2023
Datum publicatie
29 januari 2025
Zaaknummer
200.276.951_01
Procedure
Hoger beroep
Advocaat
mr. M Dorgelo, mr. A. Hollman
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2023:4407
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Omgangsregeling

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 28 januari 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:264
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 januari 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:122
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11 mei 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1556
  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 september 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2023:4407

  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 december 2024

    ECLI:NL:GHSHE:2024:3873

Uitspraak

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 14 september 2023

Zaaknummer: 200.276.951/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/220659 / FA RK 16-1624

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende op een bij het hof bekend adres,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. M. Dorgelo,

tegen

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. A. Hollman.

Deze zaak gaat over [minderjarige] (hierna ook: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2012.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

Stichting [stichting] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio [regio] , locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

5 De beschikking van 11 mei 2023

Bij die beschikking heeft het hof de GI verzocht het hof uiterlijk 15 juni 2023 schriftelijk te informeren over een door de GI op te stellen plan van aanpak welke middelen de GI inzet om tot het einddoel te komen: zijnde fysieke omgang tussen [minderjarige] en de vader. Het hof heeft daarbij overwogen:

“Het hof verwacht dat de GI hiertoe een concreet en gedetailleerd stappenplan opstelt, inhoudende dat na het versturen van een aantal kaartjes op korte termijn na deze beschikking overgegaan wordt op beeldbellen (via bijvoorbeeld Facetime of whatsapp), aanvankelijk onder begeleiding van de GI of een andere professional. Voorts kan daarna op heel korte termijn (binnen een paar weken) overgegaan worden op (aanvankelijk) begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] . Het hof verwacht dat de GI dit plan opstelt en hieraan ook daadwerkelijk uitvoering gaat geven in de komende periode.”

Partijen hebben vervolgens tot 22 juni 2023 de gelegenheid gekregen schriftelijk te reageren op het stappenplan van de GI.

Het hof heeft de voortzetting van de mondelinge behandeling gelast op 22 augustus 2023 en de GI uitdrukkelijk opgeroepen te verschijnen en een medewerker te sturen die inhoudelijk op de hoogte is van de laatste stand van zaken.

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

Het hof heeft nadien ontvangen:

- de mail, met bijlage, van de GI van 8 juni 2023, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- het V6-formulier van 22 juni 2023, met bijlage, van de advocaat van de moeder, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- het V6-formulier van 27 juni 2023 van de advocaat van de vader, met bijlage, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- het V6-formulier van 28 juli 2023, met bijlage, van de advocaat van de vader, ingekomen bij het hof op diezelfde datum;

- de brief van de GI van 3 augustus 2023, ingekomen bij het hof op 4 augustus 2023.

6.2.

Het hof heeft bij brief van 6 juli 2023 de raad verzocht om te verschijnen op de mondelinge behandeling van 22 augustus 2023 en aangegeven dat het door het hof verzochte contactherstel met bijbehorend stappenplan niet van de grond komt. Het hof heeft de raad verzocht navraag te doen bij [instantie] , de GI en partijen over de problematiek van de minderjarige en de mogelijkheden en wenselijkheid van herstel van het contact te onderzoeken en zo mogelijk het hof voorafgaand aan de mondelinge behandeling schriftelijk te informeren, dan wel op de mondelinge behandeling te adviseren.

6.3.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. N.S. van Es, waarnemend advocaat, en voor wie als tolk heeft opgetreden H. Ahmad (tolknummer 14781);

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en voor wie als tolk heeft opgetreden M. Kadro (tolknummer 20643);

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

7 De verdere beoordeling

7.1.

De vader voert – samengevat – het volgende aan. De vader wil dat het contact tussen hem en [minderjarige] wordt hersteld. De vader heeft de afgelopen periode regelmatig geprobeerd contact te leggen met de GI en met [instantie] , maar hij heeft geen reactie gekregen. Ook is eerder al door de vader voorgesteld om het contact eventueel via zijn advocaat te laten lopen, maar ook met de advocaat van de vader is geen contact gelegd door de GI. De vader heeft kaartjes en een pakketje naar [minderjarige] gestuurd, maar de vader heeft vanuit de GI hierop nooit een terugkoppeling ontvangen. Ook heeft de GI nog altijd niet het door het hof verzochte stappenplan gemaakt. De vader is bang dat de GI niet aan het contactherstel gaat werken.

7.2.

De moeder voert – samengevat – het volgende aan. De moeder acht contactherstel tussen [minderjarige] en de vader het niet in het belang van [minderjarige] . In de afgelopen periode is er rust gekomen en die heeft geleid tot een goede ontwikkeling van [minderjarige] . Het is niet in zijn belang om dit te doorkruisen, zeker niet nu [minderjarige] zelf zo duidelijk aangeeft geen contact te willen met de vader.

7.3.

De GI voert – samengevat – het volgende aan. Volgens de GI kan er niet zonder schade worden toegewerkt naar fysiek contact binnen een afzienbare periode. [minderjarige] wil geen contact met de vader en is daar heel duidelijk in. [instantie] heeft meerdere keren geprobeerd de vader te bereiken, maar de vader heeft niet gereageerd. Mocht het hof wel vinden dat er contactherstel tussen [minderjarige] en de vader moet komen dan vraagt de GI om een verkort onderzoek van de raad, om te onderzoeken welke begeleiding en hulpverlening nodig is om het contact tot stand te kunnen brengen.

7.4.

De raad voert – samengevat – het volgende aan. Het is in het belang van [minderjarige] om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen. Hoe langer daarmee gewacht wordt, hoe groter de verwijdering tussen de vader en [minderjarige] wordt. [minderjarige] is pas 11 jaar, niets doen is niet acceptabel. Het voorstel is om eerst paar maanden een rustperiode te gelasten. Daarna in januari 2024 beginnen met contactherstel door het versturen van kaartjes onder professionele begeleiding, waarna een begeleide omgangsregeling opgestart kan worden.

7.5.

Het hof overweegt als volgt.

7.5.1.

Ingevolge artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) stelt de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vast dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang.

7.5.2.

Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof hebben de ouders overeenstemming bereikt over een traject waarin de vader kaarten zal gaan sturen naar [minderjarige] . Op advies van de raad zal er voor [minderjarige] eerst een periode van rust zijn tot en met december 2023. [minderjarige] wordt door de GI, of de door de GI in te schakelen hulpverlening, al op korte termijn voorbereid op het feit dat hij vanaf januari 2024 kaartjes zal gaan ontvangen van de vader. [minderjarige] kan dan in de komende periode gaan wennen aan dit idee.

Het hof verwacht van de GI dat zij een hulpverlenende instantie zal inschakelen die zowel de moeder, de vader als [minderjarige] gaat begeleiden in het verzenden en ontvangen van deze kaarten. De kaartjes dienen met een zekere regelmaat en frequentie verstuurd worden, waarbij te denken valt aan twee keer per maand. Mocht het zo zijn dat die hulpverlening nog niet kan starten in januari 2024 dan gaat het hof er vanuit, conform de toezegging van de GI op de mondelinge behandeling, dat de GI de ouders en [minderjarige] bij het versturen en ontvangen van de eerste paar kaartjes gaat helpen. Voor de moeder is het daarbij van belang dat zij hulp krijgt (waaronder psycho-educatie) zodat zij [minderjarige] kan ondersteunen en stimuleren bij het ontvangen van de kaarten en hem daadwerkelijke emotionele toestemming geeft het schriftelijke contact met de vader te accepteren. Voor de vader is het belangrijk dat hij hulpverlening krijgt bij het versturen van de kaartjes (wat voor tekst komt er op de kaart, waar gaan de kaartjes naartoe, kan er eventueel een keer een klein kadootje bij, etc). Voor [minderjarige] is het belangrijk dat hij hulp krijgt bij de voorbereiding van het feit dat de kaartjes door de vader naar hem gestuurd worden en vervolgens bij het ontvangen en ook bewaren daarvan. Mogelijk kan er te zijner tijd ook een kaartje teruggestuurd worden naar de vader.

7.5.3.

Het hof acht het in het belang van [minderjarige] dat er na een periode van ongeveer zes maanden waarin [minderjarige] kan gaan wennen aan dit schriftelijke contact met de vader er begonnen wordt met het opstarten van een voorlopige begeleide omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] . Dat zal dan zijn omstreeks juli 2024. Het hof volgt hiermee het advies van de raad om het contact tussen de vader en [minderjarige] te herstellen. Zoals het hof in de eerder afgegeven tussenbeschikkingen reeds heeft overwogen ziet het hof geen aanleiding om nog langer te wachten met het herstel van het contact. Een nader onderzoek van de raad, zoals door de GI is verzocht, acht het hof niet nodig gelet op de onderzoeken die al zijn verricht en de adviezen die de raad, ook tijdens de laatste mondelinge behandeling, heeft gegeven.

7.5.4.

Het hof verwacht van de GI uiterlijk 15 december 2023 een stappenplan te ontvangen over de stand van zaken en daarbij te vernemen welke hulpverlenende instantie(s) de ouders ieder afzonderlijk en [minderjarige] gaan begeleiden in het versturen en ontvangen van de kaartjes, én zo mogelijk tevens welke hulpverlenende instantie in vervolg daarop de begeleide omgang zal gaan opstarten omstreeks juli 2024. Het hof wil dus concreet een tijdspad ontvangen hoe naar de begeleide omgang wordt toegewerkt, waar die plaatsvindt, welke hulpverlening er komt, wanneer de omgang start, in welke frequentie etc. De vader, de moeder en de raad krijgen vervolgens veertien dagen om te reageren op het schrijven van de GI.

7.5.5.

Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing op de verzoeken aanhouden tot

1 juni 2024 pro forma in afwachting van het verloop van het traject met de kaartjes en de aanloop naar de begeleide omgang. Het hof verwacht van de GI vóór 1 juni 2024 schriftelijk geïnformeerd te zijn over de stand van zaken. Nadien krijgen de vader en de moeder en de raad de gelegenheid om binnen veertien dagen schriftelijk te reageren op de brief van de GI. Mocht er in de tussentijd stagnatie optreden of er een andere bijzondere aanleiding zijn om het hof eerder dan 1 juni 2024 te informeren dan gaat het hof er vanuit dat de advocaten, dan wel de GI, het hof onverwijld zullen berichten.

8 De beslissing

Het hof:

stelt de volgende voorlopige contactregeling vast:

  • tot en met december 2023 is er een rustperiode, [minderjarige] wordt al wel ingelicht door de GI dat hij vanaf januari 2024 kaarten gaat krijgen van zijn vader;

  • in deze rustperiode zoekt de GI een neutrale hulpverlenende instantie voor [minderjarige] en de vader en de moeder (die de ouders ieder afzonderlijk) kunnen begeleiden bij het sturen en ontvangen van de kaarten;

  • de kaartjes worden door de vader verstuurd met ingang van januari 2024 in zeer regelmatige frequentie (dat wil zeggen circa twee keer per maand);

  • mocht er in januari 2024 nog geen hulpverlenende instantie beschikbaar zijn dan zal de GI de taak op zich nemen om de ouders en/of [minderjarige] te helpen bij het versturen en ontvangen van de kaarten;

verzoekt de GI uiterlijk 15 december 2023 het hof schriftelijk te informeren over de stand van zaken met betrekking tot hetgeen is overwogen in rechtsoverweging 7.5.2. tot en met 7.5.5, onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift van die brief aan de advocaten van de moeder en de vader en de raad;

stelt de advocaten van partijen en de raad in de gelegenheid te reageren binnen veertien dagen na ontvangst van de brief van de GI, dat wil zeggen uiterlijk op 29 december 2023;

verzoekt de GI uiterlijk 1 juni 2024 het hof, met afschrift aan partijen en de raad, schriftelijk te informeren over het in juli 2024 op te starten begeleide omgangstraject en de stand van zaken, zoals overwogen in rechtsoverweging 7.5.2 tot en met 7.7.5;

stelt de advocaten van partijen en de raad in de gelegenheid te reageren binnen veertien dagen na ontvangst van de brief van de GI, dat wil zeggen uiterlijk op 14 juni 2024;

verzoekt de advocaten van de moeder en de vader en/of de raad het hof tussentijds bij stagnatie of bijzonderheden schriftelijk te informeren over de stand van zaken;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C.E. Ackermans-Wijn, H. van Winkel en

E.M.C. Dumoulin en is in het openbaar uitgesproken door mr. A.J.F. Manders op

14 september 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.