Strafrecht overig

‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel’, voorwaardelijke…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
20-002176-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:2226
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel’, voorwaardelijke gevangenisstraf, TUL, bijzondere voorwaarden

Uitspraak

Parketnummer : 20-002176-25

Uitspraak : 12 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 25 augustus 2025 met, parketnummer 01-174658-25 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vorderingen tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf onder, parketnummers 01-162736-22, 20-001037-23, in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren te Eindhoven op [geboortedatum] 1989,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel’, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht en een proeftijd van 2 jaren. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de politierechter naast algemene voorwaarden tevens bijzondere voorwaarden verbonden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Ten slotte is de vordering tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen, voorwaardelijk opgelegd bij arrest van 13 september 2023, onder parketnummer 20-001037-23, toegewezen.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de strafoplegging. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 20 weken met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft gezeten en een proeftijd van drie jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandelverplichting, medewerking aan alcohol- en drugscontroles en medewerking aan schuldhulpverlening.

De verdediging heeft verzocht om te refereren aan het oordeel van de politierechter zoals gewezen in eerste aanleg, te weten een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 14 weken met aftrek van voorarrest, een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de strafoplegging.

Op te leggen sanctie

Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van zijn levensgezel. Huiselijk, relationeel getint geweld maakt niet alleen inbreuk op de lichamelijke integriteit en gezondheid van de slachtoffers, maar de ervaring leert dat zij hiervan meestal nog geruime tijd, zowel lichamelijk als geestelijk, hinder en klachten kunnen ondervinden als gevolg van gevoelens van schaamte, angst en onveiligheid. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 2 juni 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte waaruit volgt dat hij reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van huiselijk geweld bestaande uit mishandelingen.

Voorts heeft het hof kennisgenomen van de inhoud van het door Reclassering Nederland opgemaakte reclasseringsadvies van 15 juli 2026, waaruit naar voren komt dat er bij de verdachte een aantal risico-verhogende factoren worden waargenomen op diverse leefgebieden, zoals delictverleden, middelengebruik en verslaving, psychosociaal functioneren en houding. Uit de rapportage volgt dat het beter gaat met de verdachte ten opzichte van het vorige opgemaakte reclasseringsadvies van 21 augustus 2025 en dat er meerdere hulpverlenende instanties betrokken zijn, waardoor het risico op recidive naar beneden is bijgesteld. De reclassering adviseert om bij een veroordeling een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden op te leggen. De verdachte stelt zich volgens de reclassering gemotiveerd op ten aanzien van de behandeling en begeleiding en heeft zijn behandeling bij de GGzE na afloop vrijwillig doorgezet.

Verder heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte naar voren gebracht dat hij minder alcohol nuttigt dan voorheen, geen drugs meer gebruikt, meer contact heeft met zijn dochter, dat hij werk heeft met zicht op een vaste aanstelling en een opleidingstraject en dat hij graag als ZZP’er aan de slag wil om zijn schulden sneller af te betalen.

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof, in het bijzonder gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, aanleiding om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 14 weken met een proeftijd van drie jaren op te leggen. Voorts volgt het hof voornoemd reclasseringsadvies ten aanzien van het merendeel van de bijzondere voorwaarden en ziet het hof reden voor aanvulling daarvan. Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij arrest van 13 september 2023 van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, onder parketnummer 20-001037-23opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

De advocaat-generaal heeft verzocht dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen zal toewijzen en deze vervolgens om zal zetten in een werkstraf voor de duur van 124 uren.

De raadsman heeft ten aanzien van de vordering het hof verzocht te refereren aan het verzoek van de advocaat-generaal.

Het hof is ten aanzien van de vordering van het Openbaar Ministerie te Oost-Brabant van 15 augustus 2025, tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van 13 september 2023 van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, onder parketnummer 20-001037-23 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen, van oordeel, dat – nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan strafbaar handelen heeft schuldig gemaakt – gedeeltelijke tenuitvoerlegging van genoemde voorwaardelijke straf op zijn plaats is.

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij thans voltijds werkt op basis van een arbeidscontract voor zeven maanden met zicht op een vaste aanstelling. Het hof wil dit niet doorkruisen met een vrijheidsstraf en ziet daarom reden om in de plaats van een last tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven, een taakstraf, in de vorm van een werkstraf gelasten voor het hierna te vermelden aantal uren.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 (veertien) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met Reclassering Nederland, zo vaak en zolang Reclassering Nederland dat noodzakelijk vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken plaatsvinden. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich telefonisch binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , tel. [telefoonnummer] .

- dat de verdachte zich ambulant (zonder opname) gedurende de proeftijd laat behandelen door [zorgverlener] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling noodzakelijk vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxifïcatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal betrokkene zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.

- dat de verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd.

- dat de verdachte, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk acht, meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zo lang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;

Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.

Gelast in plaats van het bevelen van de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de bij arrest van 13 september 2023 van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, onder parketnummer 20-001037-23, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 62 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht en een proeftijd van 2 jaren, te weten een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt voor het overige gedeelte afgewezen.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Aldus gewezen door:

mr. C.C.H.T. Coert, voorzitter,

mr. S.C. van Duijn en mr. A.R. Hartmann, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. M.C.E. Joosen, griffier,

en op 12 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. A.R. Hartmann is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.