Strafrecht overig

Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich tweemaal schuldig…

Zaakgegevens

Op 24 augustus 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24 augustus 2026
Datum publicatie
7 september 2026
Zaaknummer
20-003250-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:2403
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren. Voorts wijst het hof de vordering tot tenuitvoerlegging toe, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 29 dagen.

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-003250-25

Uitspraak : 24 augustus 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 18 december 2025 in de strafzaak met parketnummer 02-280667-25 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 02-194936-22, tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van

  • ‘diefstal’ (feit 1), en

  • ‘diefstal’ (feit 2)

veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand. Voorts heeft de politierechter de tenuitvoerlegging gelast van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 02-194936-22, te weten een gevangenisstraf voor de duur van

29 dagen.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het tenlastegelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot tenuitvoerlegging zal toewijzen.

Door de verdediging is een strafmaatverweer gevoerd en bepleit de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 31 mei 2025 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, boodschappen, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander, toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.
hij op of omstreeks 19 mei 2025 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, boodschappen, in elk geval enig goed, die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om deze/het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat hij:

1.
op 31 mei 2025 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, boodschappen die aan [bedrijf] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.
op 19 mei 2025 te Raamsdonksveer, gemeente Geertruidenberg, boodschappen die aan [bedrijf] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.

Bewijsoverwegingen

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal.

Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:

diefstal.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.

Op te leggen sanctie

Door de raadsvrouw is ter terechtzitting in hoger beroep bepleit om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen, onder meer omdat de verdachte een zoon heeft waarvoor hij moet zorgen. De verdachte heeft daaraan toegevoegd dat hij vreest zijn uitkering en woning te verliezen als hij vast komt te zitten. Daarom is het hof verzocht om een taakstraf of een voorwaardelijke gevangenisstraf aan de verdachte op te leggen. Voor zover het taakstrafverbod zou gelden, heeft de raadsvrouw gewezen op de mogelijkheid dit te omzeilen.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich binnen twee weken tweemaal schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van levensmiddelen uit een en dezelfde supermarkt. De verdachte heeft door zijn handelen blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendommen. Dergelijk handelen veroorzaakt niet alleen materiële schade, maar zorgt eveneens voor overlast en ergernis bij de gedupeerden. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 juni 2026, waaruit volgt dat de verdachte in het verleden meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen en ook een voorwaardelijke vrijheidsstraf met het risico op tenuitvoerlegging (ook thans aan de orde) heeft hem niet belet. Uit voornoemd uittreksel blijkt voorts dat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Voorts heeft het hof acht geslagen op de overige persoonlijke omstandigheden, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij middels een schuldsaneringstraject bijna schuldenvrij is, een Wajong-uitkering ontvangt en nog steeds onder bewind staat. De verdachte woont alleen en heeft een zoon van 6 jaren oud, die hij iedere week telefonisch ziet en die regelmatig bij hem logeert. De verdachte heeft verklaard dat hij in het verleden vaker heeft gestolen, omdat hij eten nodig had en niet kon leven van € 50,00 leefgeld. Inmiddels beschikt hij over de helft meer en kan hij rondkomen van zijn weekbudget van € 80,00.

Het hof heeft ten slotte acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden. In geval van winkeldiefstal in combinatie met veelvuldige recidive gaan deze oriëntatiepunten uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Hoewel de landelijke oriëntatiepunten uitgaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, ziet het hof in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte reden om in strafmatigende zin hiervan af te wijken. Het hof overweegt daartoe dat de verdachte inmiddels zijn leven op orde lijkt te hebben gekregen, onder meer door het schuldsaneringstraject, waardoor hij wekelijks meer te besteden heeft. Het hof zal aan de verdachte evenwel geen taakstraf opleggen, nu het bepaalde in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Het hof acht een voorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval op zijn plaats, mede als een stok achter de deur zodat de verdachte zich niet nogmaals zal inlaten met het plegen van strafbare feiten.

Alle omstandigheden afwegende is het hof van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden is.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie in het arrondissement Zeeland-West-Brabant heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 29 dagen, opgelegd bij vonnis van de Politierechter te Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei 2023 onder parketnummer 02-194936-22. Het hof begrijpt dat abusievelijk het parketnummer van de zaak in eerste aanleg in de vordering is opgenomen evenals de vermelding van ‘vonnis van de politierechter te Gerechtshof ’s-Hertogenbosch’.

Het hof stelt vast dat uit de stukken die aan de vordering ten grondslag liggen blijkt dat de verdachte bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei 2023 onder parketnummer 20-002668-22 is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 29 dagen met een proeftijd van 3 jaren. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde en het hof leest de vordering daarom verbeterd als volgt:

(…) De officier van justitie, gelet op het onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei 2023 waarbij (…).

De verdediging heeft het hof verzocht om de vordering af te wijzen, omdat dit mogelijk betekent dat de verdachte zijn woning of uitkering verliest en vooral de omgang met zijn zoontje wordt belemmerd.

Met de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf dient te worden gelast, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt. Het is het hof niet gebleken dat de verdachte zijn woning of uitkering verliest als hij tijdelijk, 29 dagen, naar de gevangenis moet om deze straf uit te zitten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand;

bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 mei 2023, gewezen onder parketnummer

20-002668-22, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 29 (negenentwintig) dagen.

Aldus gewezen door:

mr. N.I.B.M. Buljevic, voorzitter,

mr. A.M.G. Smit en mr. M.J.M.A. van der Put, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. N. van der Meer en J.W.J. de Leeuw, griffiers,

en op 24 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

mr. A.M.G. Smit is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.