Strafrecht overig
Schuldheling personenauto. Het hof is van oordeel dat er op de verdachte op het moment van het voorhanden…
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 september 2026
ECLI:NL:GHSHE:2026:2753 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-2753
Zaakgegevens
Op 9 september 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Datum publicatie
- 9 oktober 2026
- Zaaknummer
- 20-003201-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:2753
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Schuldheling personenauto. Het hof is van oordeel dat er op de verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de auto een onderzoeksplicht rustte ten aanzien van de herkomst van die auto. Door niet, althans onvoldoende, aan deze plicht te voldoen, heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld ten aanzien van de herkomst van de auto en had hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Uitspraak
Parketnummer : 20-003201-25
Uitspraak : 9 september 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 16 december 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-320000-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
wonende te [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘schuldheling’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis. Daarnaast heeft de politierechter een beslissing genomen op het beslag. Voorts heeft de politierechter een beslissing genomen op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] en heeft deze niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
De benadeelde partij [benadeelde] is bij vonnis waarvan beroep door de politierechter niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep niet gehandhaafd, zodat deze niet aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het vonnis waarvan beroep dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het subsidiair tenlastegelegde feit bewezen zal verklaren en de verdachte ter zake schuldheling zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 50 uren subsidiair 25 dagen hechtenis. Ten aanzien van het beslag heeft de advocaat-generaal gevorderd tot verbeurdverklaring van de sleutel en teruggave van de inbeslaggenomen personenauto aan [benadeelde] , zijnde rechthebbende.
Door de verdachte is vrijspraak bepleit.
Vonnis waarvan beroep
Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat de politierechter heeft volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Venlo, althans in Nederland, een (personen)auto, althans een goed, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Venlo een personenauto voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Tenzij anders vermeld wordt hierna verwezen naar pagina’s van het dossier van de politie-eenheid Landelijke Expertise en Operaties, registratienummer PL2300-2024164065, gesloten d.d. 13 november 2024, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , brigadier van politie Landelijke Eenheid Expertise en Operaties (doorgenummerde dossierpagina’s 1-28). Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn, voor zover niet anders vermeld, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2024 (pg. 2-4), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , trof een autosleutel aan van het merk DENSO. Voor ons verbalisanten is ambtshalve bekend, dat dergelijke sleutels van DENSO met tekst en code, niet origineel geleverd wordt door autofabrikant Toyota. Voor ons is ambtshalve bekend dat dergelijke sleutels gebruikt worden om onder andere autosleutels van Toyota's van de typen C-HR en RAV4 te klonen.
Wij, verbalisanten, hoorden omstreeks 03.30 uur, dat betrokken voertuig inderdaad niet rechtmatig in bezit was bij [verdachte] en gestolen was. Wij hoorden dat collega's in West-Brabant aangifte op hadden genomen bij tenaamgestelde te Klundert van diefstal auto.
Verdachte
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1987
Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland
Voertuig
Goednummer: PL2300-2024164065-1745265
Voertuig: Personenauto
Merk/type: Toyota C-HR
Kleur: Zwart
Land: Nederland
Kenteken: [kenteken]
2. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 oktober 2024 (pg. 15-17), voor zover inhoudende de verklaring van aangever [benadeelde] :
Ik doe aangifte van diefstal van mijn auto een zwarte Toyota C-HR voorzien van het kenteken [kenteken] .
Op dinsdag 8 november [gelet op bewijsmiddel 3, naar het hof begrijpt: 8 oktober] 2024, omstreeks 03.30 uur, stonden er twee politieagenten bij mij aan de deur. Zij zeiden dat mijn voertuig waarschijnlijk gestolen was. Ik hoorde van mijn neefje [betrokkene 1] dat gisteren op maandag 7 november [naar het hof begrijpt: 7 oktober] 2024, omstreeks 21.30 uur, mijn voertuig voor het laatst onbeschadigd en volledig slotvast afgesloten geparkeerd stond op zijn oprit gelegen aan [adres 2] . Mijn neefje woont naast mij. Ik hoorde van [betrokkene 1] dat mijn voertuig niet meer op de oprit stond en dus gestolen was.
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2024 (pg. 26-28), voor zover inhoudende als verklaring van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Wij, verbalisanten, stonden stil in de berm aan de rijksweg A67 Rechts, ter hoogte van de gemeente Venlo. Op dinsdag 8 oktober 2024, omstreeks 02.15 uur, zagen wij betrokken voertuig, voorzien van Nederlands kenteken, [kenteken] , een Toyota C-HR, zwart van kleur, voorbij rijden richting de Duitse grens. Wij zagen dat de tenaamgestelde van het voertuig uit Klundert kwam, gelegen in West-Brabant. Wij zagen dat tenaamgestelde geboren was in 1958. Wij zagen dat er één persoon in het voertuig zat.
Wij verbalisanten besloten het betrokken voertuig te onderwerpen aan een verkeerscontrole. Wij zagen dat het voertuig achter het betrokken politievoertuig tot stilstand kwam aan de Van der Grintenstraat te Venlo.
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , sprak de bestuurder van het voertuig aan. Ik vroeg om een geldig rij- en kentekenbewijs. Ik zag dat de bestuurder mij een geldig Nederlands paspoort overhandigde. Ik zag dat de bestuurder [verdachte] genaamd was. Ik zag dat de naam van de bestuurder niet overeenkwam met de tenaamgestelde. Ik vroeg aan de bestuurder waar het kentekenbewijs was, en van wie de auto was. Wij verbalisanten hoorden dat de bestuurder het volgende uit zichzelf verklaarde: “Ik hoef alleen maar de auto weg te brengen”.
Ik trof een autosleutel aan van het merk DENSO. Voor ons verbalisanten is ambtshalve bekend dat dergelijke sleutels van DENSO met tekst en code, niet origineel geleverd worden door autofabrikant Toyota.
4. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 26 augustus 2026, voor zover inhoudende:
Ik had een zogenaamde vriend waarvan ik dacht dat hij aan autohandel deed. Hij vroeg mij of ik iets wilde bijverdienen en of ik een auto wilde wegbrengen. Ik zou daar € 250,00 voor krijgen. Ik zat in een moeilijke tijd en heb geen vragen gesteld over iets bijverdienen. Ik heb besloten om de auto weg te brengen. De naam van die vriend was [betrokkene 2] . Ik kende hem van de sportschool. Ik heb verder geen gegevens van [betrokkene 2] . Ik weet niet meer waar en wanneer hij aan mij vroeg of ik de auto kon wegbrengen. Ik denk een dag van tevoren. Ik moest de auto naar Duitsland brengen. Ik weet niet waarom. Ik heb daar niet op doorgevraagd, want ik kreeg een uitkering en zat in een moeilijke tijd. Er zou voor mij worden geregeld dat ik vanuit Duitsland terug zou komen naar Nederland. Ik heb daar niet op doorgevraagd. Ik weet niet meer waar ik de auto precies naartoe moest brengen, ik weet ook niet aan wie ik de auto moest afleveren. Ik heb een adres ingetypt in de navigatie. Dat adres kreeg ik van [betrokkene 2] . Ik weet niet meer hoe lang ik zou moeten rijden. Ik weet niet of ik onderweg nog zou moeten tanken.
Ik werd door [betrokkene 2] thuis opgehaald. Ik weet niet hoe laat dit was, maar volgens mij was het later op de avond; het was al donker. [betrokkene 2] bracht me naar Zevenbergen, waar de auto op een parkeerplaats stond. Ik weet niet waar dit precies was. Ik ben er niet eerder geweest. Ik heb de auto met de sleutel gestart en ben gaan rijden. Ik durf niet te zeggen of de sleutel van het merk Toyota was.
Ik heb [betrokkene 2] daarna nooit meer gezien of gesproken.
Bewijsoverwegingen
I.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
II.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte vrijspraak bepleit. Daartoe heeft de verdachte aangevoerd dat hij niet wist dat de auto van misdrijf afkomstig was.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting volgt dat de verdachte in de nacht van 7 op 8 oktober 2024 in een gestolen voertuig – te weten een personenauto van het merk Toyota C-HR – reed. Omstreeks 02.15 uur hebben verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] geconstateerd dat de verdachte richting de Duitse grens reed, waarop zij de verdachte aan een verkeerscontrole hebben onderworpen. De verdachte bleek niet de tenaamgestelde van de auto te zijn. Toen de verbalisant vroeg waar het kentekenbewijs was en wie de eigenaar van de auto was, antwoordde de verdachte: “Ik hoef alleen maar de auto weg te brengen”. Omstreeks 03.30 uur hoorden de verbalisanten van hun collega’s dat de auto niet rechtmatig in bezit van de verdachte was en dat zij een aangifte van diefstal hadden opgenomen van eigenaar [benadeelde] .
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de auto voor een vriend, genaamd [betrokkene 2] , naar Duitsland zou brengen. Hij zou hier € 250,00 voor krijgen en omdat hij in een financieel moeilijke periode zat, heeft hij daar geen vragen over gesteld. Ook wist hij niet hoe en wanneer hij dit geld zou ontvangen. [betrokkene 2] heeft hem in de avond van 7 oktober 2024 dan wel de nacht van 7 op 8 oktober 2024 naar een parkeerplaats in Zevenbergen gebracht, waar de desbetreffende personenauto stond geparkeerd. De verdachte heeft verklaard dat hem niets aan de auto is opgevallen. Hij zag geen schade, het kenteken was aanwezig, hij ontving een sleutel en de pasjes waren aanwezig. Vervolgens ontving hij van [betrokkene 2] een adres dat hij in het navigatiesysteem invoerde en is hij in de richting van Duitsland gereden.
De verdachte heeft verklaard dat hij geen gegevens had van [betrokkene 2] . Als hij de auto eenmaal naar Duitsland zou hebben gebracht, zou daar transport voor hem worden geregeld. Hij wist niet hoe dit vervoer zou worden geregeld. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet weet hoe ver hij naar Duitsland zou moeten rijden en of hij onderweg zou hebben moeten tanken.
Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of de verdachte wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat de auto van misdrijf afkomstig was en overweegt daartoe het navolgende:
-
de verdachte kende [betrokkene 2] via de sportschool, kent hem enkel bij zijn voornaam en beschikt niet over zijn contact- of adresgegevens;
-
hij zou een aanzienlijk bedrag van € 250,00 voor deze dienst ontvangen;
-
hij is in de avond- dan wel nachtelijke uren door [betrokkene 2] naar een parkeerplaats gebracht – en dus niet naar een autogarage of autobedrijf –, waar hij de auto kreeg;
-
hij zou de auto die nacht over de landsgrens vervoeren;
-
hij wist niet aan wie hij de auto moest afleveren;
-
hij wist niet hoe hij terug zou komen;
-
hij wist niet hoe ver hij moest rijden;
-
hij wist niet of hij nog moest tanken;
-
hij wist niet hoe hij de € 250,00 zou ontvangen;
-
hij heeft, ondanks al deze onduidelijkheden, geen vragen aan [betrokkene 2] gesteld.
Gezien voornoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat er op de verdachte op het moment van het voorhanden krijgen van de auto een onderzoeksplicht rustte ten aanzien van de herkomst van die auto. Door - afgaande op hetgeen de verdachte daarover heeft verklaard - niet, althans onvoldoende, aan deze plicht te voldoen, heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld ten aanzien van de herkomst van de auto en had hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed redelijkerwijs moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Het hof verwerpt het tot vrijspraak strekkende verweer.
Resumerend acht het hof, gelet op het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen
– in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
schuldheling.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof, in navolging van de politierechter, aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, zal opleggen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan schuldheling. Heling van gestolen goederen leidt ertoe dat de plegers van diefstal geldelijk voordeel kunnen trekken uit de door hen gepleegde diefstallen, terwijl deze diefstallen leiden tot financiële schade en overlast voor de eigenaars. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezenverklaard.
Het hof heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 juni 2026, betreffende het justitiële verleden van de verdachte. Hieruit blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde meerdere malen onherroepelijk is veroordeeld, maar dat deze veroordelingen geen soortgelijke feiten betreffen, zodat deze eerdere veroordelingen bij de strafoplegging niet of nauwelijks van betekenis worden geacht.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij destijds verslaafd was aan gokken, alcohol en harddrugs. Hij is hier sinds een jaar mee gestopt en heeft deze periode achter zich gelaten. Sinds negen maanden werkt hij fulltime via een uitzendbureau en hij wil graag een arbeidscontract. Hij heeft een schuldenlast van ongeveer € 25.000,00 tot € 50.000,00 en hij is momenteel bezig met het afbetalen van deze schulden. Hij heeft op dit moment geen vast woonadres.
Alles afwegende acht het hof oplegging van een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, passend en geboden.
Beslag sleutel
Het hierna te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring. Uit het onderzoek ter terechtzitting is niet kunnen worden vastgesteld aan wie dit voorwerp toebehoort. Wel is daaruit gebleken dat het een voorwerp is met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan.
Het hof zal daarom dit voorwerp verbeurd verklaren.
Beslag personenauto
Evenals de politierechter, en zoals de advocaat-generaal heeft verzocht, zal het hof de teruggave gelasten aan [benadeelde] , zijnde de rechtmatige eigenaar, van de in beslag genomen personenauto.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 33, 33a en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis;
verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
een (auto-)sleutel (goednummer 1745287);
gelast de teruggave aan [benadeelde] , zijnde de rechtmatige eigenaar van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een personenauto (goednummer 1745265).
Aldus gewezen door:
mr. T. van de Woestijne, voorzitter,
mr. G.J. Hanssen en mr. P. Jeeninga, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.A.C.G. Heijse, griffier,
en op 9 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. P. Jeeninga is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.