Strafrecht overig

Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10…

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
20-002875-25
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2026:2957
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met bijzondere voorwaarden.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 18 november 2025

    ECLI:NL:RBLIM:2025:11319
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 oktober 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2026:2957

Uitspraak

Parketnummer : 20-002875-25

Uitspraak : 27 oktober 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 18 november 2025, in de strafzaak met parketnummer 03-150646-23 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,

wonende te [adres 1] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt en terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige’ (feit 1 primair), ‘een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verspreiden, verwerven, in bezit hebben en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt’ (feit 2) en ‘gebruik makend van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen’ (feit 3) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft de rechtbank als bijzondere voorwaarden verbonden – samengevat – een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een locatieverbod, een contactverbod, het vermijden van kinderporno en een verbod bepaalde werkzaamheden te verrichten.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen voor wat betreft de bewezenverklaring, al dan niet met aanvulling van de gronden, en zal vernietigen voor wat betreft de straf en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren. Voorts is gevorderd dat het hof aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarden, zoals opgelegd door de rechtbank, zal verbinden, met uitzondering van de voorwaarde met betrekking tot ambulante behandeling.

Namens de verdachte heeft de raadsman zich gerefereerd aan de bewezenverklaring door de rechtbank en is louter een straftoemetingsverweer gevoerd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, met uitzondering van de kwalificaties van het bewezenverklaarde en de opgelegde straf. In zoverre zal het hof opnieuw recht doen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde onder feit 1 wordt gekwalificeerd als:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt en terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige.

Het bewezenverklaarde onder feit 2 wordt gekwalificeerd als:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen, verspreiden, verwerven, in bezit hebben en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

Het bewezenverklaarde onder feit 3 wordt gekwalificeerd als:

gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.

Op te leggen sanctie

De verdediging heeft het hof verzocht aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten, te combineren met een voorwaardelijke gevangenisstraf met een (forse) proeftijd en een taakstraf, al dan niet per afzonderlijk feit. Daartoe heeft de verdediging naar voren gebracht dat de verdachte heeft bekend, spijt heeft en zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Hij heeft op eigen initiatief de schade vergoed en er is benadrukt dat de beelden van het meisjesvoetbalteam niet door hem zijn verspreid. Verder is aangevoerd dat de verdachte behandeltrajecten heeft doorlopen en de eerder vastgestelde stoornissen niet meer worden bevestigd. De verdachte is in een ander dorp gaan wonen en heeft werk. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou er voor zorgen dat hij alles verliest en zou tot psychische decompensatie kunnen leiden.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen, verspreiden, verwerven en in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Op de gegevensdragers van de verdachte zijn in totaal 1.058 afbeeldingen en 981 video’s aangetroffen die als kinderporno zijn bestempeld. Daar komt bij dat de verdachte via social media actief om dit soort afbeeldingen heeft gevraagd, ook met specifieke verzoeken over bepaalde leeftijdscategorieën. Het bezit van deze afbeeldingen levert een ernstig strafbaar feit op, omdat bij de vervaardiging van die kinderporno kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Daarnaast heeft hij 178 filmpjes aan anderen verspreid via een chatroom. Het ging hier om meisjes in de geschatte leeftijd van 0 t/m 13 jaar terwijl zij naakt poseren dan wel vaginaal, oraal of anaal gepenetreerd worden met de penis van een volwassen man en ook andere seksuele handelingen. De verdachte is aldus medeverantwoordelijk te houden voor dat misbruik, omdat hij door kinderporno te verzamelen en te verspreiden heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar dergelijk (strafbaar) beeldmateriaal. De verdachte is daarmee pas gestopt nadat hij door de politie werd aangehouden.

Het hof rekent het de verdachte ernstig aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Daarnaast heeft de verdachte in zijn rol als voetbaltrainer gedurende een periode van bijna twee jaren heimelijk een voetbalteam van meisjes, (veelal) onder 13 jaar oud, gefilmd terwijl zij aan het douchen – en dus naakt – waren in de kleedkamer van hun voetbalclub en hiermee kinderpornografische video’s gemaakt. Door de meisjes heimelijk te filmen in een afgeschermde ruimte heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op hun persoonlijke levenssfeer en lichamelijke integriteit. De verdachte heeft het vertrouwen van de meisjes in hem als voetbaltrainer op grove wijze beschaamd. Dat het incident veel met de meisjes heeft gedaan, blijkt ook uit de slachtofferverklaringen die ter terechtzitting in hoger beroep zijn voorgedragen. Een sportclub hoort een veilige plek te zijn voor kinderen en de verdachte heeft met zijn handelen die veiligheid en onbezorgdheid weggenomen. Het hof rekent het de verdachte aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.

Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 20 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk ter zake van strafbare feiten is veroordeeld.

Het hof heeft ook acht geslagen op het Pro Justitia rapport d.d. 31 oktober 2023. In het Pro Justitia onderzoek werden twee parafiele stoornissen bij de verdachte vastgesteld: een voyeurismestoornis en een pedofiele stoornis, waarbij werd aangegeven dat de classificatie pedofiele stoornis nog niet met eenduidigheid kon worden gesteld en daarom uitgesteld werd. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat.

Daarnaast heeft het hof kennisgenomen van het reclasseringsadvies d.d. 28 maart 2024, waarin werd geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen bij een veroordeling met enkele bijzondere voorwaarden, te weten – kort gezegd – een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een locatieverbod, het vermijden van kinderporno en een verbod om bepaalde werkzaamheden te verrichten.

Dit advies is aangevuld door een rapport van de reclassering van 19 juni 2024, waarin wordt geadviseerd een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen omdat de reclassering geen aanleiding ziet voor interventies binnen een strafrechtelijk kader. Hulpverlening binnen een vrijwillig kader lijkt te volstaan. Dat advies is gehandhaafd in de reclasseringsrapporten van 23 januari 2025 en 13 oktober 2025.

Vorenstaande rapporten in aanmerking nemende heeft de rechtbank, in het vonnis waarvan beroep, het navolgende overwogen:

“Desondanks maakt de rechtbank zich zorgen over de toekomst van de verdachte. De rechtbank kan zich namelijk niet aan de indruk onttrekken dat verdachte onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven met betrekking tot de seksuele aantrekkingskracht die kinderporno bij hem teweegbrengt. Uit het dossier blijkt immers overduidelijk dat verdachte een voorkeur heeft voor meiden tussen 12 en 15 jaar. Hij vraagt kinderporno in die leeftijdscategorie en maakt opnames van meiden in die leeftijd. Verdachte kan geen bevredigend antwoord geven op de vraag waarom zijn handelingen juist op die leeftijds­categorie zijn gericht. Als het enkel zou gaan om de spanning van het stiekem filmen, zou ook een jongenselftal die behoefte hebben kunnen bevredigen. Maar dat is niet het geval: de verdachte heeft in de jaren tussen 2016 en 2021 diverse jongenselftallen getraind zonder dat hij van hen kleedlokaalvideo’s heeft gemaakt.

Nu uit het onderzoek van de psycholoog naar voren is gekomen dat verdachte iemand is die zich buitengewoon positief kan voordoen maar daarbij alle eventueel negatieve aspecten van zijn gedragingen en gevoelsleven verborgen kon houden, is het naar het oordeel van de rechtbank niet denkbeeldig dat verdachte een pedofiele stoornis voor zichzelf en zijn omgeving ontkent. De rechtbank schat de kans op recidive dan ook bepaald minder rooskleurig in dan de psycholoog en de reclassering.”

Het hof verenigt zich met voornoemde overweging mede gelet op het verhandelde ter terechtzitting. Zo heeft de verdachte verklaard dat hij geen filmpjes van een jongenselftal heeft gemaakt omdat hij liever naar blote meisjes kijkt en kan nog steeds niet uitleggen waarom hij juist filmpjes van meisjes in de bewuste leeftijdscategorie heeft gemaakt, indien het louter om de spanning zou gaan. Het baart het hof ook zorgen dat de verdachte kinderporno voorhanden heeft gehad, waarbij kinderen van zeer jonge leeftijd (baby’s) zijn betrokken.

Dit een en ander leidt ertoe dat het hof het recidiverisico – met de rechtbank – hoger inschat dan de reclassering en de psycholoog. Het reclasseringsadvies van 28 september 2026, waarin het eerdere advies van de reclassering ongewijzigd blijft en is vastgesteld dat alle behandeldoelen zijn behaald leidt niet tot een ander oordeel. Het hof ziet dan ook concluderend aanleiding om wel de in het reclasseringsrapport van 28 maart 2024 geformuleerde voorwaarden op te leggen, dit met uitzondering van de verplichte ambulante behandeling, gelet op de verklaring van de deskundige, mevrouw [reclasseringsmedewerker] van de reclassering, ter terechtzitting in hoger beroep waaruit volgt dat een te lange behandeling averechts kan werken en de verdachte kan schaden, nu er al een intense behandeling en monitoring heeft plaatsgevonden.

Ten aanzien van de bepaling van de omvang van de duur van de op te leggen proeftijd overweegt het hof als volgt.

Artikel 14b lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zoals dat ten tijde van het bewezenverklaarde gold luidde als volgt: “De proeftijd bedraagt ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan ten hoogste tien jaren bedragen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat van een dergelijk misdrijf geen sprake is in het geval van verwerven, zich toegang verschaffen tot en het in bezit en voorraad hebben van kinderporno. Mede om die reden is bedoeld wetsartikel gewijzigd en is daar aan toegevoegd dat onder gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen voor de toepassing van dit artikel mede begrepen wordt het misdrijf bedoeld in artikel 252 Sr (de rechtsopvolger van artikel 240b Sr zoals mede bewezenverklaard). Die wijziging is evenwel eerst op 1 juli 2024 in werking getreden.

Nu de nieuwe wettekst niet gunstiger voor de verdachte is dan de ten tijde van de bewezenverklaarde feiten geldende tekst, dient het hof op grond van artikel 1 lid 2 Sr toepassing te geven aan artikel 14b lid 2 Sr oud, zodat het komt toe een maximaal op te leggen proeftijd van drie jaren.

Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt.

Mede gelet op de aard en de hoeveelheid van de aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen alsmede het verspreiden daarvan en de bewezenverklaarde periode kan het hof niet anders dan een gevangenisstraf opleggen van langere duur. Ook heeft het hof bij de bepaling van de soort en de omvang van de op te leggen straf gelet op de impact die het maken van heimelijke filmopnames in de kleedkamer van het meisjesvoetbalteam dat hij trainde heeft gehad op niet alleen de meisjes van dat team maar op de gehele gemeenschap van [plaats] .

Ondanks dat de verdachte al veel aan zichzelf heeft gewerkt en in een andere woonplaats een nieuwe start heeft gemaakt, acht het hof desondanks oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, waaraan de bijzondere voorwaarden zoals hiervoor besproken zullen worden verbonden, passend en geboden.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Redelijke termijn

Het hof heeft zich bij de bepaling van de op te leggen sanctie tevens rekenschap gegeven van de redelijke termijn. Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Deze waarborg strekt er onder meer toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem of haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Bij de vraag of sprake is van een schending van de redelijke termijn moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval, waaronder begrepen de processuele houding van verdachte, de aard en ernst van het ten laste gelegde, de ingewikkeldheid van de zaak en de mate van voortvarendheid waarmee deze strafzaak door de justitiële autoriteiten is behandeld.

In de onderhavige zaak is de redelijke termijn aangevangen op 20 juni 2023, de dag waarop verdachte in verzekering is gesteld en voor de eerste maal is verhoord.

De rechtbank heeft op 18 november 2025 vonnis gewezen. De behandeling in eerste aanleg is derhalve niet afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na de aanvang van de hiervoor genoemde termijn. Er is in eerste aanleg sprake van een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer vijf maanden. In hoger beroep is geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn.

Het hof neemt hieromtrent het volgende in overweging. De eerste zitting in eerste aanleg vond plaats op 25 juni 2024, maar de behandeling van de zaak is toen aangehouden omdat de raadsvrouw van de verdachte zich onvoldoende voorbereid achtte om de zaak te behandelen. Zij heeft de verdediging neergelegd en daarom heeft de rechtbank de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte aangehouden. Ook de tweede zitting op 4 februari 2025 is aangehouden, dit keer in verband met ziekte van de raadsman van de verdachte. De overschrijding van de redelijke termijn is daarmee in grote mate te wijten aan de verdediging, waardoor het hof geen aanleiding ziet om deze overschrijding te verdisconteren in de op te leggen straf.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie en de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht;

verklaart het bewezenverklaarde onder 1 primair, 2 en 3 strafbaar en kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende de proeftijd de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

a. Meldplicht Reclassering

- de verdachte zich meldt binnen 5 werkdagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] via telefoonnummer [telefoonnummer] . De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Locatieverbod

- de verdachte zich niet mag ophouden in [plaats] . zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

Contactverbod

- de verdachte zich onthoudt van enige vorm van contact met:

- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] en

- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] en

- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] en

- [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] en

- [minderjarige 5] , geboren op [geboortedatum 5] en

- [minderjarige 6] , geboren op [geboortedatum 6] en

- [minderjarige 7] , geboren op [geboortedatum 7] en

- [minderjarige 8] , geboren op [geboortedatum 8] en

- [minderjarige 9] , geboren op [geboortedatum 9] en

- [minderjarige 10] , geboren op [geboortedatum 10] en

- [minderjarige 11] , geboren op [geboortedatum 11] en

- [minderjarige 12] , geboren op [geboortedatum 12] en

- [minderjarige 13] , geboren op [geboortedatum 13] en

- [minderjarige 14] , geboren op [geboortedatum 14] en

- [minderjarige 15] , geboren op [geboortedatum 15] en

- [minderjarige 16] , geboren op [geboortedatum 16] ;

Vermijden kinderporno

- de verdachte vermijdt dat hij in aanraking komt met kinderpornografisch materiaal en vermijdt dat er kinderpornografisch materiaal op zijn digitale gegevensdragers komt.

De verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van:

-het seksueel getint communiceren met minderjarigen;

-het bezoeken van een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

-het bezoeken van een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd.

De verdachte bespreekt tijdens de gesprekken met de reclassering hoe hij denkt dit gedrag te voorkomen. De verdachte werkt mee aan controle van digitale gegevensdragers tijdens een huisbezoek. De verdachte verschaft toegang tot alle aanwezige computers, smartphones en andere digitale gegevensdragers waarop afbeeldingen kunnen worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. De verdachte verstrekt de wachtwoorden die nodig zijn voor deze controle. De controle op digitale gegevensdragers vindt maximaal drie keer per jaar plaats. De controle is gericht op de vraag of de verdachte kinderpornografisch materiaal vermijdt en strekt er niet toe een beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de verdachte. De reclassering kan voor technische ondersteuning een deskundige meenemen, ook als dit een opsporingsambtenaar is die deskundig is op digitaal gebied. Bij de controle kan gebruik worden gemaakt van een hulpmiddel dat een indicatie geeft of kinderpornografisch materiaal aanwezig is;

Verbod bepaalde werkzaamheden

- de verdachte verricht geen (vrijwilligers)werkzaamheden binnen (sport)verenigingen en de verdachte werkt niet met minderjarigen, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig acht;

van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;

geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Aldus gewezen door:

mr. S. Riemens, voorzitter,

mr. J. Platschorre en mr. A.J.M. van Gink, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. I.A.M.H. Hermans, griffier,

en op 27 oktober 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.