Arbeidsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Arbeidsrecht. Verzekeringnemer stelt rechtsbijstandsverzekeraar…

Hoge Raad, 17 juli 2020

Zaakgegevens

Op 17 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 juli 2020
Datum publicatie
15 juli 2020
Zaaknummer
19/01424
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J den Hoed, M.E. Franke
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1281
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Arbeidsrecht. Verzekeringnemer stelt rechtsbijstandsverzekeraar aansprakelijk op de grond dat in ontbindingsprocedure geen tegenverzoek tot ontbinding is gedaan. Hof oordeelt dat verzekeringnemer daardoor geen schade heeft geleden omdat bij tegenverzoek geen hogere vergoeding zou zijn toegekend. Klachten over onder meer toepassing aanbevelingen kring van kantonrechters (factor C).

Procesgang

  1. Uitspraak · 2019

    ECLI:NL:GHARL:2019:1398
  2. Conclusie A-G · 13 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:231
  3. Hoge Raad · 17 juli 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1281

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01424

Datum 17 juli 2020

ARREST

In de zaak van

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: J. den Hoed,

tegen

N.V. UNIVÉ SCHADE,
gevestigd te Assen,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Univé,

advocaat: M.E. Franke.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/19/112301/HA ZA 15-239 van de rechtbank Noord-Nederland van 17 februari 2016 en 28 september 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.208.603/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2018 en 18 december 2018 en de beschikking van dat hof van 12 februari 2019.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 18 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.

Univé heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Univé begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.