Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst, (ernstig) verwijtbaar handelen werknemer…
Hoge Raad, 29 mei 2026
ECLI:NL:HR:2026:816 · Hoge Raad · 29 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-816
Zaakgegevens
Op 29 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 mei 2026
- Datum publicatie
- 29 mei 2026
- Zaaknummer
- 25/02612
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, B. Schouten
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:816
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst, (ernstig) verwijtbaar handelen werknemer, art. 7:669 lid 3, onder e, BW (e-grond). Weigeren rapport externe deskundige over belastbaarheid i.v.m. arbeidsongeschiktheid te delen met werkgever. Procesrecht, vaststelling feiten, beoordelen stellingen, motivering.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 22 april 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:1076Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:279Hoge Raad · 29 mei 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:816
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02612
Datum 29 mei 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
DEME OFFSHORE NL B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: DEME,
advocaat: B. Schouten.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 10858117 \ EA VERZ 23-1351 van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.345.401/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 april 2025.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
DEME heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DEME begroot op € 905,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 29 mei 2026.