Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Loonvordering, art. 7:628 lid 1 BW. Komt niet-werken in redelijkheid voor…
Hoge Raad, 29 mei 2026
ECLI:NL:HR:2026:815 · Hoge Raad · 29 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-815
Zaakgegevens
Op 29 mei 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 mei 2026
- Datum publicatie
- 29 mei 2026
- Zaaknummer
- 25/02223
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, B. Schouten
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:815
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Loonvordering, art. 7:628 lid 1 BW. Komt niet-werken in redelijkheid voor risico van werknemer? Re-integratieverplichtingen werkgever, art. 7:658a BW. Procesrecht, stelplicht en bewijslast, feitenvaststelling, motivering.
Procesgang
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19 juli 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:5272Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 maart 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:718Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 maart 2026
ECLI:NL:PHR:2026:281Hoge Raad · 29 mei 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:815
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02223
Datum 29 mei 2026
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
DEME OFFSHORE NL B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: DEME,
advocaat: B. Schouten.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 10178346 / CV EXPL 22-3346 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 januari 2023 en 19 juli 2023;
b. het arrest in de zaak 200.336.408/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 maart 2025.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
DEME heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van DEME begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 29 mei 2026.