Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 7:661 BW; art. 2:9 BW. Geschil over…
Hoge Raad, 15 juli 2022
ECLI:NL:HR:2022:1107 · Hoge Raad · 15 juli 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1107
Zaakgegevens
Op 15 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juli 2022
- Datum publicatie
- 14 juli 2022
- Zaaknummer
- 21/01826
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- F.J. Fernhout
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1107
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 7:661 BW; art. 2:9 BW. Geschil over afwikkeling arbeidsovereenkomst en bestuurdersaansprakelijkheid, mede i.v.m. naheffingsaanslag loonbelasting. Betekenis van art. 7:619 BW voor stelplicht en bewijslastverdeling. Diverse rechts- en motiveringsklachten.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 3 december 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:11400Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 juli 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3224Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 februari 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:500Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1690Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 december 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:4401Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 januari 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:183Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 maart 2022
ECLI:NL:PHR:2022:304Hoge Raad · 15 juli 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1107
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/01826
Datum 15 juli 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: F.J. Fernhout,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te Groningen,
2. J.C.M. SILVIUS in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V,
kantoorhoudende te Groningen,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/03/106396 / HA ZA 05-1191 van de rechtbank Maastricht van 6 september 2006 en 28 november 2012, en de rechtbank Limburg van 18 juni 2014, 13 augustus 2014 (rolbeslissing) en 3 december 2014;
-
de arresten in de zaak 200.170.868/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 juli 2018, 12 februari 2019, 7 mei 2019, 3 december 2019, 4 februari 2020 en 26 januari 2021.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.